maandag 9 september 2013

 

De zorgzame samenleving



In de laatste commissievergadering Maatschappelijke Ontwikkeling stond voorstel tot instemming met Uitvoeringsorganisatie Peelsamenwerking Wmo Prestatieveld 6 op de agenda. De voorzitter van de WMO Raad Laarbeek, Wim van Hest, maakte van de gelegenheid gebruik om in te spreken.

In zijn toepspraak tot de leden van de commissie liet hij het woord “zorgzame samenleving” vallen. Ik neem aan dat hij dat heel bewust deed. Daarmee  gaf hij een lijn aan die volgens hem Laarbeek zou moeten  inslaan. De commissie pikte het niet zichtbaar op. Wethouder Briels noemde het in een reactie terecht een aansprekend idee zonder er echter echt op in te gaan.

De overheid zet erop in dat zorgafhankelijke mensen, veel meer dan nu het geval is, in hun eigen huis blijven wonen. In dat huis moeten zij, veel meer dan nu het geval is, door hun naasten verzorgd worden. Ontvangers van professionele zorg moeten als zij dat kunnen, een groter deel van de rekening zelf gaan betalen. Als dat allemaal lukt dan hoeft de professionele en collectief gefinancierde langdurige zorg (dat heet dan ‘kern AWBZ’) eigenlijk alleen nog gegeven te worden aan mensen met een laag inkomen die ofwel kind noch kraai hebben ofwel echt heel erg van zorg afhankelijk zijn. Zo is uiteindelijk iedereen gelukkig: de zorgkosten zullen betaalbaar blijven en de samenleving zal van een ieder-voor-zich maatschappij veranderen in een we-zijn-er-voor-elkaar maatschappij. De recente VWSbeleidsagenda 'Van systemen naar mensen’ voert dan ook aan dat we door meer zelf en meer voor elkaar te zorgen sterkere gemeenschappen creëren met sterkere mensen.
Herinvoering van een zorgzame samenleving is het terugroepen van iets wat in de Nederlandse verzorgingsstaat verloren is gegaan. De staat heet steeds meer taken uit handen van de burgers genomen en is deze zelf met behulp van professionele zorgverleners gaan uitvoeren. Wij, de kinderen, werden vrijgesteld van de zorg voor onze ouders. En we lieten dit ons maar al te graag aanleunen! Nu de zorg door de vergrijzing, de langere levensverwachting en de steeds betere medische zorg onbetaalbaar dreigt te worde, moet het roer om. De burger moet weer de zorg voor zijn naasten op zich gaan nemen. Vrijwilligerswerk en mantelzorg worden min of meer verplicht.

Nu de term zorgzame samenleving in dit verband weer naar boven komt drijven , is het zinvol ons de herkomst van dit begrip naar voren te halen. Het begrip is immers allerminst nieuw. In de vorige grote crisis van de jaren tachtig is het ook al eens geprobeerd. In 1982 lanceerde minister Eelco Brinkman, van toen nog WVC, het begrip “ zorgzame  samenleving ” . Hij verstond hieronder een maatschappij waarin mensen meer voor elkaar zouden gaan zorgen en alleen in allerhoogste nood een beroep zouden doen op de overheid. Eigenlijk zegt het woord al voldoende en is een nadere verklaring niet eens nodig: we zijn moreel gehouden voor elkaar te zorgen.

Het is er echter niet van gekomen. De zorgzame samenleving, zoals destijds gedacht,  bestaat nog steeds niet. Dertig jaar na 1982 later zitten we nog steeds met een te omvangrijke langdurige zorg. Waarom zou nu wel lukken wat in de tachtiger jaren niet slaagde?

Voor reactie mail naar wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185