woensdag 29 juli 2015



Komkommertijd


De zomermaanden zijn komkommertijd. De kranten staan vol, maar echt nieuws is er niet, zeker niet uit gemeenteland. Gemeentehuizen draaien op halve kracht; ambtenaren zijn uitgezwermd over de vakantiegebieden, in en buiten Europa. Journalisten zijn naarstig op zoek naar nieuws, dat er eigenlijk niet is.

De laatste weken is er dan ook nauwelijks nieuws te melden uit Laarbeek. Met berichten over een actie tegen al of niet roestende containers moeten we het doen. Gelukkig voor de journalisten is er dan nog de geschiedenis met de brisantbom, die grafdelvers op het kerkhof in Beek vonden en te onrechte – goed bedoeld overigens- ergens op een uithoek van het kerkhof neerlegden. Afgelopen woensdag bleek dan ook nog eens de Mijnenopruimingsdienst de bom tot ontploffing hebben gebracht op een plek in Mariahout, waar het achteraf gezien niet gemogen had. Er lagen immers ondergrondse leidingen op die plek. Weliswaar vrij diep, maar toch. Burgemeester Ronnes heeft hier adequaat op gereageerd. De procedures zijn niet goed nageleefd.

Ik heb me altijd al afgevraagd waar de uitdrukking “komkommertijd ” vandaan  kwam. Dankzij de altijd actieve talhistoricus Ewoud Sanders ben ik er achter gekomen. De verklaring stond gisteren in de NRC :


“ Waar komt het woord ‘komkommertijd’ vandaan?

Het Engels kent al sinds 1700 ‘cucumber-time’. Destijds grapte men dat kleermakers in de zomermaanden op komkommers leefden, vanwege de ‘slappe tijden’. Volgens taalhistoricus Ewoud Sanders is het woord waarschijnlijk in Nederland ingeburgerd, omdat het begrip ook in het Duits werd gebruikt. Sinds eind 18de eeuw spreekt men van Sauregurkenzeit (augurkentijd) bij zomerse slapte in de handel. Augurken worden van komkommers gemaakt. Sanders trof in 2011 de oudste vindplaats in Nederland in het tijdschrift Het Saturdags Kroegpraatje, 14 juli 1787.
„Is er van de week ook wat nieuws van de groote Heeren uit den Haag?”, vraagt Piet hier aan Kees. „ Neen”, antwoordt Kees. „Daar heb ik niet veul van gehoord, [...] maar, je mot denken, het is, regtevoort, in de komkommertyd, en dan staat alles zoo wat stil.” ”

 Zo dat raadsel is ook weer opgelost.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185



dinsdag 28 juli 2015



Jeugdzorg


De waarschuwingen zijn niet van de lucht. De tendens van deze alarmerende berichten is dat er ingegrepen moet worden in de jeugdzorg. Zo niet dan zullen grote groepen jongeren in onherstelbare problemen komen .

De crisisopvang voor kinderen met bijvoorbeeld psychoses, zelfmoordneigingen en ernstige gedragsproblemen zit overvol. Ze moeten te lang wachten op de juiste zorg, waardoor de situatie escaleert. Door extra bedden te plaatsen of in allerijl elders in het land een plek te zoeken, weten instellingen jongeren die à la minute hulp nodig hebben nog net op te vangen. Maar als er niet snel geld bij komt, gebeuren er ongelukken, waarschuwen verschillende aanbieders van crisisopvang. De situatie wordt nijpend genoemd.

De extra toestroom wordt volgens de hulpverleners grotendeels veroorzaakt door de overheveling van jeugdzorg naar gemeenten. Sinds 1 januari moeten wijkteams kinderen doorverwijzen. "Maar die functioneren op veel plekken nog niet optimaal, waardoor kinderen niet bij de juiste hulp terechtkomen. Uiteindelijk belanden ze dan in de crisisopvang", bevestigt Jeugdzorg Nederland.

De overgang van de jeugdzorg van de provincie naar de gemeenten heeft precies al de problemen opgeleverd waar ouders vooraf zo bang waren. Gemeenten hanteren heel verschillende regels. Wat de ene gemeente niet toestaat, doet de buurgemeenten juist wel. Er zijn al ouders die overwegen te verhuizen naar een gemeente waar hun kinderen betere zorg kunnen krijgen. Gekker moet het natuurlijk niet worden!

Het ontbreekt de teams aan expertise om kinderen goed door te verwijzen, stelt GGZ Nederland. Bovendien geven sommige gemeenten wijkteams opdracht zo min mogelijk door te verwijzen om de kosten te beperken.

 Dit laatste is , als het waar is, schandelijk.

 Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

maandag 27 juli 2015


Omgevingsdienst.


De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een Openbaar Lichaam op basis van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De dienst werkt voor door de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre en de provincie Noord-Brabant. 

Op de website van de dienst staat te lezen dat de ODZOB  opgericht is op 1 juni 2013 om een verdere verbetering tot stand te brengen in: 
·         De dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken.
·         De kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving
Ook staat er een statement van Hendrik Noppen, directeur ODZOB: 
"De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is een organisatie die beschikt over diepgaande kennis, grote deskundigheid en jarenlange ervaring. Geen vraag zo complex of we vinden het antwoord. Samen werken we efficiënt aan een gezonde en veilige woon- en werkomgeving."

Het klinkt nogal pedant, zeker na lezing van het artikel van Bart-Jan van Rooij in het ED van zaterdag 25 juli j.l. “Een berg ambtenaren maar deskundig ho maar ” zo luidt de kop. Prof. Elzinga noemt de ODZOB zelfs een organisatie met een waterhoofd.

Bij de oprichting van de Omgevingsdienst zijn zo’n 170 voltijd ambtenaren van de gemeenten overgegaan naar de dienst. De ODZOB werd hiermee opgezadeld met een veel te groot ambtenaren, veelal uit kleine gemeenten, die wel deskundig waren voor de kleinere taken, maar grotere opgaven niet aankonden. Gecompliceerde aanvragen werden immers door gemeenten doorgestuurd naar de Milieudienst in Eindhoven  en/of andere gespecialiseerde bedrijven. Dit moest natuurlijk problemen gaan opleveren.

Hierbij kwam ook nog dat de ambtenaren te hoog werden ingeschaald. De riante beloningsstructuur werd zonder meer overgenomen. De toenmalige portefeuillehouder van het SRE ging te gemakkelijk mee met de eisen van de ambtenaren; met moeite kwam hij er in de Regioraadsvergadering mee weg.

De dienst heeft de organisatie laten doorlichten. Vorige week is het rapport gepresenteerd. Uit het rapport blijkt dat gemeenten en provincie een stuk minder positief zijn dan de ODZOB. Er zijn grote zorgen. Gemeenten besteden vaker onderzoeken uit aan kleine, goedkope bureaus. De dienst heeft een valse start gemaakt. In 2013 liep nagenoeg niemand warm voor de nieuwe dienst de van bovenaf werd opgelegd en moet starten met te dure medewerkers die vaak onvoldoende gekwalificeerd waren.  


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 26 juli 2015


Wethouder van buiten.


Steeds vaker komt het voor dat politieke partijen iemand van buiten voordragen als wethouder. Heel recent gebeurde dit nog in Helmond, waar de VVD als opvolger voor de vertrekkende wethouder Yvonne van Mierlo Jos van Bree, wethouder in Heeze-Leende, voordroeg als haar opvolger. Heel veel gemeenten gingen Helmond hier al in voor.

Allerlei verklaringen voor dit fenomeen worden gegeven. Vaak wordt er op gewezen dat er binnen de eigen gemeente geen geschikte en/of bekwame opvolger gevonden kon worden. Dit is een te gemakkelijke verklaring. De voordracht van iemand van buiten is vaak ook de keuze voor de gemakkelijkste weg. Het voorkomt ook intern gedoe.

Niet iedereen is gecharmeerd van deze ontwikkeling. Het ED liet deze dagen een voor- en tegenstander aan het woord. Oud-wethouder Jef Jonkers is bepaald niet gelukkig met deze ontwikkeling. Annegien Wijnands, ondertussen al bezig met haar tweede wethouderschap buiten Helmond, is natuurlijk voor. De argumenten die zij ter verdediging gebruikt ( frisse kijk van buiten, minder risico op cliëntelisme ) moge dan wel een kern van waarheid in zich hebben, maar overtuigen toch niet echt.

Een benoeming van een wethouder van buiten komt te vaak voor om het als onbelangrijk af te doen. Ik denk dat het ook het gevolg is van een verandering in het gemeentebestuur. Gemeenten kiezen de laatste tijd eerder voor een manager of technocraat als wethouder. Vaak in het kader van een verdere professionalisering. Politieke betrokkenheid met de stad of het dorp wordt van minder belang geacht: de kwaliteit van het bestuur staat voorop. Dat het bestuur hiermee verder van de burger komt te staan,wordt op de koop toe genomen en als minder belangrijk afgedaan.

Mijn indruk is dat men vaak niet weet wat men hiermee opgeeft: de betrokkenheid en saamhorigheid komt zo onder druk te staan. Waarom nog warm lopen voor een gemeente, waar het bestuur alleen maar uit koele berekening bestaat? Een perfect gemanagede gemeente waar de ziel uit verdreven is. Is dat wat de burger werkelijk wil?

Ik dacht het niet.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


donderdag 23 juli 2015



Integriteit: de grootste valfactor voor wethouders


Het onderstaande ontleen ik aan Binnenlands Bestuur.

In de eerste helft van 2015 zijn er 33 wethouders na een politiek conflict of vertrouwensbreuk ten val gekomen. Een van de belangrijkste politieke valfactoren in de collegeperiode 2014-2018 blijft integriteit. Verstoorde coalitieverhoudingen is een tweede belangrijke valfactor. Sinds de verkiezingen van maart vorig jaar vertrokken in totaal 141 wethouders.
Dit blijkt uit het wethouderonderzoek 2015, dat op verzoek van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door de Collegetafel. De cijfers wijzen op een voortzettende trend dat de wethouder in de huidige collegeperiode minder snel wordt weggestuurd dan na de raadsverkiezingen van 2002, 2006, 2010.

Van het pluche
In de afgelopen zes maanden gingen acht wethouders vanwege een echte of vermeende integriteitskwestie tijdelijk of definitief van het pluche in Berkelland, Bloemendaal, Buren, Den Helder, Dronten en drie wethouders in Montfoort. Wethouders kwamen slechts sporadisch ten val vanwege andere bekende valfactoren als budgettaire fouten, zoals het financieel uit de hand lopen van een project, of een gebrekkige informatievoorziening.

Coalitiebreuk
Naast integriteit blijken verstoorde coalitieverhoudingen een tweede belangrijke politieke valfactor voor wethouders. Twintig wethouders gingen in de in de eerste helft van 2015 onderuit door een breuk in de coalitie in de gemeenten Baarn, Meerssen, Menterwolde, Oude IJsselstreek, Nijkerk, Oisterwijk, Voerendaal en Westvoorne. De aanleiding voor deze vertrouwensbreuken is divers, variërend van een gebrek aan onderling vertrouwen tot een gebrek van vertrouwen in een van de fracties en soms omdat die de overstap van voormalige oppositie- naar coalitiefractie niet weten te maken.

Geen politiek gevecht
De drie nieuwe gedecentraliseerde taken voor werk, zorg en participatie kostten geen enkele wethouder in de eerste zes maanden van 2015 de politieke kop. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat in diverse gemeenten coalitie- en oppositiepartijen hebben afgesproken dat uitvoering van de nieuwe taken voor de eigen inwoners belangrijker is dan politieke gevechten-op-leven-en-dood over een meer linkse of meer rechtse uitvoering van die nieuwe taken.

Gedeputeerde
Door een andere baan vertrokken 36 wethouders in de eerste zes maanden van dit jaar.
De hoofdreden voor een dergelijk vertrek is een benoeming voor een andere politieke functie.
Wethouders blijven gewild als gedeputeerde. Wethouders uit Amersfoort, Brunssum, Goes, Kerkrade en Venraij zijn benoemd tot gedeputeerde in hun provincie. Vier jaar geleden zijn er na de Statenverkiezingen van 2011 ook vijf wethouders benoemd tot gedeputeerde.

Burgemeesterschap
Het burgemeesterschap blijkt de aantrekkelijkste nieuwe politieke functie voor een wethouder. In de afgelopen zes maanden zijn zes wethouders tot burgemeester benoemd. Verder verdwenen negen wethouders om persoonlijke redenen uit het college, bijvoorbeeld omdat het wethoudersambt hen niet had gebracht wat ze er van hadden verwacht. Het wethouderschap paste hen toch niet, zo bleek bij voorbeeld in Arnhem en Appingedam.

Reden vertrek wethouders
Reden vertrek
Eerste helft 2015
Na GR* 2014
Totaal
Totaal
69
72
141
Politieke vertrouwensbreuk
33
18
51
Burgemeestersbenoeming
6
1
7
Andere politieke werkkring
10
0
10
Andere zakelijke werkkring
3
0
3
Persoonlijke redenen
9
6
15
Gezondheid
3
4
7
Overlijden
2
0
2
Interim (zwangerschapsverlof)
3
0
3
Herindeling
0
43
43
 Bron: De Collegetafel, kennisplatform voor het openbaar bestuur / *GR = Gemeenteraadsverkiezingen

Politieke valpartijen in eerste 15 maanden na raadsverkiezingen
Periode
Aantal wethouders
2002-1e helft 2003
72
2006-1e helft 2007
71
2010-1e helft 2011
73
2014-1e helft 2015
51
Bron: De Collegetafel, kennisplatform voor het openbaar bestuur.

Coalitiebreuken in eerste 1,5 jaar na raadsverkiezingen
Jaar
Aantal
Jaar
Aantal
Totaal
2002
2
2003
9
11
2006
3
2007
8
11
2010
10
2011
20
30
2014
4
2015
9
13
Bron: De Collegetafel, kennisplatform voor het openbaar bestuur.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


woensdag 22 juli 2015


Kamp Vught


Gisteren met een dertigtal KBO-leden vandaag naar kamp Vught geweest. Dit concentratiekamp is thans een nationaal monument. Het complex ligt er goed verzorgd bij.

Het bezoek was goed geregeld. We kregen een rondleiding met een gids. Deze – het was een zij  - gaf een  heldere uitleg en voerde ons langs de herstelde barakken. Indrukwekkend. Iedereen werd er stil van.

Een opmerking van de gids is mij bij gebleven: de vraag naar het waarom is niet te beantwoorden. Deze vraag zal altijd onbeantwoord blijven en aan ons blijven knagen.  Bij elk nieuw conflict weer. Nu en in de toekomst.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

maandag 20 juli 2015


Verandering in zorg



Op dit moment zijn gemeenten alweer een half jaar verantwoordelijk voor jeugd- en ouderenzorg en het aan het werk helpen van gehandicapten. Op 1 jan. 2015 j.l. zijn deze taken gedecentraliseerd van het Rijk naar de gemeenten. Het Rijk moest bezuinigen en droeg deze taken op aan de gemeenten die dat beter zouden kunnen dan het Rijk, omdat zij dichter bij de mensen stonden. Daarnaast werd ook een ideologische onderbouwing gevonden: de mensen zouden meer zelf moeten gaan, zelfredzamer worden  en zelf hulp moeten zoeken bij familie en bekenden. Zo maakte het Rijk van de nood een deugd en gemeenten gingen hiermee maar al te gretig zijn mee. Hun invloed en reikwijdte werd immers vergroot.

De decentralisatie zelf ging niet van een leien dakje. Overal liepen gemeenten tegen problemen op.  Misstanden werden in de pers breed uitgemeten. Er kwamen inderdaad schrijnende gevallen aan het licht, maar een grote puinhoop werd het niet. Langzaam maar zeker kregen gemeenten meer grip op de materie. Wat voor veel mensen moeilijk bleek, was de noodzakelijke omschakeling in denken: van hulp die vanzelf naar je toekomt naar een grotere mate van eigen verantwoordelijkheid. Dit bleek een veel lastiger proces dan aanvankelijk gedacht werd.

Achteraf gezien is de decentralisatie vooral een technisch proces geweest, waarin ambtenaren  en mensen uit de zorg aan het proces de leiding gaven. Soms deden gemeenten het zelf, soms in samenwerking met nabuurgemeenten. Laarbeek deed het in samenwerking met Peel 6.1. Zoals bleek uit een enquête van de NRC  voelden gemeenteraden zich vaak buiten spel en op afstand staan.

Er is in korte tijd veel veranderd. Misschien wel meer dan mensen in zo’n korte tijd aan kunnen. Een mentaliteitsverandering heeft tijd nodig. In de 20e eeuw duurde het jaren om oude van dagen eraan te laten wennen dat zij  naar bejaardenhuis moesten; ouderen nu laten wennen dat zij zelf voor zorg moeten zorgen en dat er pas in uiterste noodzaak hulp komt, kan niet in een halfjaar. Dit is een illusie.



Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 19 juli 2015



Integriteit


In deze aflevering van dit weblog wil ik terugkijken op de huidige stand van zaken en wel met name op de nieuwe bestuurscultuur in Laarbeek. De commissaris van de koning heeft geëist dat de raad hieraan voortvarend zou gaan werken. De raad heeft zonder twijfel het afgelopen jaar zienderogen haar best gedaan. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt; procedures over integer handelen zijn onder de loep genomen en opnieuw vastgelegd. De commissaris van de koning heeft bij zijn laatste bezoek aan Laarbeek hierover zijn tevredenheid uitgesproken. Op 16 september a.s. wil hij met de raad overleggen over het eventueel openstellen van de burgemeestersvacature.
Is er inderdaad zoveel veranderd en zit de raad op het goede spoor? Ik heb zo mijn twijfels. In de laatste raadsvergadering, waar de Kadernota 2016 en de daaraan gekoppelde algemene beschouwingen van de raadsfractie op de agenda stonden, werden mijn twijfels nog versterkt. Er is met name bij de grootste fractie nog niet zo heel veel veranderd.

In het verleden onder de vorige coalities waarin PNL een doorslaggevende rol had, had PNL er een handje van in een gecoördineerde actie van fractie en de eigen wethouders een paar populistische getinte besluiten door te zetten. Tegen de gemaakte afspraken binnen het college en de raad in. Ik denk hierbij o.a. aan het onderkomen van de scouting Lieshout-Mariahout en de overdekte jeu de boulesbaan in Mariahout.  Het waren staaltjes van dorpspolitiek in optima forma.

In de raadsvergadering van juli zag ik iets soortgelijks gebeuren. PNL pleitte voor de aanleg van kunstgras voor voetbalvereniging Sparta 25 en wilde hiervoor een voorziening treffen in de begroting. Het  opzetje van PNL mislukte in eerste instantie, omdat burgemeester Ronnes  het voorstel doorverwees naar de commissie met het argument dat PNL  via een achterdeur de begrotingssystematiek veranderde. PNL ging hiermee weliswaar akkoord, maar handelde feitelijk zoals het al jaren gehandeld heeft: met het oog op politiek gewin als warm pleitbezorger van een vereniging.

In dit opzicht lijkt de partij van het verleden niets geleerd te hebben. Integriteitregels kun je aanscherpen. Maar geschreven regels zijn niet alles bepalend. Het gaat niet om een paar flessen wijn of een nevenfunctie die breed bekend is. Het betreft vooral zaken die zich in het verborgene afspelen, achter de gesloten deuren en in de achterban. Integriteit is en blijft vooral een mentaliteitskwestie.

Gezien het verloop van de laatste raadsvergadering denk ik dat Laarbeek nog een lange weg te gaan heeft.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


woensdag 15 juli 2015



Burgerfora etc


Op allerlei plaatsen experimenteren gemeenten met allerlei vormen van burgerfora. Zij proberen actief burgers te betrekken bij het beleid. Laarbeek blijft hierbij  niet achter. Nog niet zo heel lang gelden heeft het burgers betrokken bij de vormgeving en invulling van de WMO .

 Nu staat weer een nieuw project op stapel: de inwoners eigenaar maken van het duurzaamheidsproject. In de Kadernota 2016 werd het aangekondigd als beleidswijziging; in de raadsvergadering van juli was het de topic van de beraadslagingen en – nogal verrassend-  de aangewezen projectwethouder wijzigde zo’n beetje terloops het programma zonder heel veel onderbouwing in toekomstbestendigheid, wat volgens mij niet geheel hetzelfde is streven naar duurzaamheid. Onduidelijk bleef wat toekomstbestendig moet worden: de wereld, de gemeenten, wijzelf? Deze onduidelijkheid in doelstelling zou wel eens als een soort zwaard van Damocles over de discussie blijven hangen.

Er is een duidelijk verschil tussen duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Duurzaamheid heeft heel duidelijk een  ecologisch element in zich: zorgvuldig omgaan met de rijkdommen van de wereld. Met name met het doel dat wij een leefbare wereld nalaten. Toekomstbestendigheid heeft een institutioneel element in zich: er voor zorgen dat gemeenten, provincies etc. niet ten onder gaan en de problemen in de toekomst de baas kunnen. De vraag is dus:  overleeft de wereld of kan de gemeente de toekomst aan. Briels verengde dus de vraag. Dit is jammer.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


Terugblik op de behandeling van de kadernota


Terugblikkend op de behandeling van de kadernota en de algemene beschouwingen van de verschillende raadsfracties vallen een aantal zaken op. De raadsfracties kregen van de voorzitter tien minuten spreektijd voor hun algemene beschouwingen. Dit was van tevoren zo afgesproken. Onbegrijpelijk is dan dat fracties bij het schrijven van hun algemene beschouwing aan deze afspraak voorbij gingen. En dus de burgemeester dwongen tot ingrijpen. Wat hij dan ook consequent deed.

De kwaliteit van de verschillende algemene  beschouwingen was wisselend. Alleen het CDA had een korte terugblik op het afgelopen  jaar; de algemene beschouwing van De Werkgroep vond ik de sterkste, ook al omdat De Werkgroep  haar politieke uitgangspunten duidelijk benoemde. De meeste fracties slaagden er niet in voldoende distantie tot de inhoud van de Kadernota 2016 te nemen. Geen wonder dat deze fracties tijd tekort kwamen.

Het meest verrassende was de beantwoording  door de leden van college van B en W in eerste instantie. De meeste portefeuillehouders hadden hun zaken goed voorbereid; zij kwamen met een algemeen verhaal – vaak van te voren zelfs uitgeschreven en kwamen daarmee onherroepelijk in tijdnood. Ook voor hen gold de spreektijd van tien minuten. Aan een inhoudelijke reactie op vragen van de fracties kwamen zij daardoor veelal niet toe. Onbegrijpelijk dat de raad dit accepteerde!

Inhoudelijk was het optreden van wethouder Briels het sterkst. Zijn betoog in eerste instantie was to the point. Hier stond een wethouder die precies wist wat hij wilde en die zich robuust inzette voor zijn opdracht. Soms op het arrogante af, maar wel duidelijk. De toegewezen spreektijd speelde hem danig parten. Na het optreden van wethouder Briels viel de performance van de andere collegeleden tegen. Wethouder van Zeeland deed niet wat de raad eigenlijk van hem vroeg. Ik vroeg me zelfs af of hij dat zelf wel doorhad. Wethouder financiën Meulensteen beperkte zich in zijn antwoord tot de ozb-verhoging en het aanjaaggeld voor duurzaamheid.  Voor wethouder Buter die als laatste in de rij aan bod kwam resteerden nog er weinig openstaande onderwerpen.

Tijdens de behandeling van de Kadernota bleek dat het college wethouder Briels aangewezen had als de voornaamste kartrekker van deze nieuwe aanpak. Hij is zonder twijfel de meest geschikte persoon om dit project te leiden en beschikt bovendien over de nodige ervaring met dit soort transitieprocessen. Wethouder Briels zette in zijn antwoord  meteen al een aantal nieuwe accenten. Resoluut verving hij de term “ duurzaamheid ” door “toekomstbestendig ”. Ook wilde hij zich niet laten vastpinnen op termijnen. Wel beloofde hij de raad regelmatig te zullen informeren over de voortgang.

Wie duurzaamheid en toekomstbestendigheid in zijn portefeuille heeft, krijgt goud in handen! Wie alleen maar verhoging van de ozb voorstelt,moet uitkijken dat hij niet de zwarte piet krijgt.

Op voorstel van de voorzitter beperkte de raad zich in de tweede instantie tot de twee hoofdpunten uit de kadernota; duurzaamheid en de verhoging van de OZB. Een echte discussie kwam niet op gang. Het werd meer een gehakketak over ondergeschikte punten. De raad liet hier een kans liggen. En dat was jammer. Een raad die dit soort kansen niet met beide handen aangrijpt en door de opstelling van de voorzitter ook nog eens weinig kansen krijgt om zich te profileren scoort slecht.
  
Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


maandag 13 juli 2015


Strakke hand


Het is alom bekend: burgemeester Frans Ronnes leidt de raadsvergaderingen met strakke hand. Hij grijpt doelbewust in en gruwt van langdradige betogen vol herhalingen. Hij rondt het betoog van raadsleden af door zelf de conclusie te trekken. Steevast maakt hij een einde aan het verhaal door te zeggen : “U bedoelde…..” en dan zelf de slotconclusie te trekken. Aan zijn directheid kunnen raadsleden maar moeilijk wennen. De coalitiepartijen vinden het meestal best; PNL heeft er begrijpelijkerwijze meer problemen mee. Ronnes lijkt slimmer dan alle raadsleden bij elkaar.

In de laatste raadsvergadering was er een clash tussen raadslid Peter Verschuuren en de voorzitter. Verschuuren wist niet wat hem overkwam. Hij wees min of meer terloops op het gemor op straat over de forse OZB-verhoging. “ Er is wel geld voor de bestrijding van de overlast van hondenpoep,maar niet voor wezenlijke zaken ” zei Peter Verschuren .Dat schoot bij de burgemeester in het verkeerde keelgat. “Als raadslid moet u verdedigen wat hier besloten wordt en niet de straat napraten ” wierp de burgemeester een verbouwereerde Verschuuren tegen. Het raadslid had hiertegen geen verweer.

Raadslid Verschuuren had het kunnen weten. Deze burgemeester wil dat raadsleden hun verantwoordelijkheid nemen en niet dat zij de straat napraten. Van populisme moet deze burgemeester niets hebben. Daar komt nog bij dat deze burgemeester door de commissaris van de koning hier is neergezet om een verandering van de bestaande bestuurscultuur door te zetten. Laarbeek is hiermee al een stuk op de goede weg,maar is er nog lang niet. Uit het pleidooi van PNL voor kunstgras bij Spart 25 blijkt dat PNL nog steeds op dezelfde koers zit. Er is in dit opzicht nog niet veel  veranderd: van pleidooien voor een onderkomen voor scouting Lieshout-Mariahout, de overdekte jeu de boulesbanen in Mariahout naar kunstgras voor Sparta 25.

Het is bij PNL nog steeds hetzelfde liedje en dezelfde insteek.



Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 12 juli 2015



Laarbeek wordt toekomstbestendig



Het nieuwe Laarbeekse college heeft haar uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2016t neergelegd in een nota die vorige week in de raad behandeld is. In deze Kadernota 2016 heeft het college haar toekomstige beleid geformuleerd. Het college plaatst nieuwe accenten en breekt met het verleden. Twee onderwerpen springen er duidelijk uit: de omslag in beleid naar duurzaamheid en de noodzakelijke verhoging van de OZB. Alle politieke partijen besteedden in hun algemene beschouwingenveel aandacht aan deze beide onderwerpen.

Het algemene beeld was duidelijk: de coalitiepartijen ( De Werkgroep. ABL, het CDA en de PvdA ) omarmden de op vernieuwing gerichte omslag van beleid; oppositiepartij PNL wees het nieuwe beleid categorisch af en hield vast aan het beleid van het verleden. Even leek het erop dat ook PNL bereid was de draai naar de toekomst te maken. In de algemene beschouwing sprak PNL over de noodzaak tot omdenken. Bij nadere beschouwing bleek PNL hier alleen maar het omdenken van bestaande methoden en praktijken te bedoelen. PNL had uitsluitend oog voor het verleden en was niet in staat de omslag naar de toekomst te maken. Natuurlijk is het jammer dat de grootste partij van Laarbeek niet in staat is deze stap te zetten.

Tijdens de behandeling van de Kadernota bleek dat het college wethouder Briels aangewezen had als de voornaamste kartrekker van deze nieuwe aanpak. Hij is de meest geschikte persoon om dit project te leiden en beschikt over de nodige ervaring met dit soort transitieprocessen. Wethouder Briels zette in zijn antwoord op de vragen van de verschillende partijen meteen al een aantal nieuwe accenten. Resoluut verving hij de term “ duurzaamheid ” door “toekomstbestendig ”. Ook wilde hij zich niet laten vastpinnen op termijnen. Wel beloofde hij de raad regelmatig te zullen informeren over de voortgang. Hij was ook de enige wethouder die de inzet van 1 miljoen aanjaaggeld niet in de mond nam. Terecht volgens ons.

De discussie over de OZB-verhoging verliep nogal chaotisch. PNL was tegen, maar slaagde er niet in om een alternatieve oplossing aan te dragen. Uiteindelijk ging de discussie over de onzinnige vraag wat partijen nu in hun verkiezingsprogramma zouden schrijven over de OZB. Natuurlijk hintte PNL op “kiezersbedrog ”. Alleen durfden zij klaarblijkelijk deze term niet openlijk te gebruiken.

In de algemene beschouwingen besteedde het CDA natuurlijk ook aandacht aan de voorstellen m.b.t. tot duurzaamheid en de verhoging van de OZB. Wij denken dat het college met name met de omslag naar duurzaamheid goud in handen heeft en hiermee blijk geeft toekomst gericht ingesteld te zijn. De keuze voor toekomstbestendig is verstandig en voorkomt zinloze discussies over de definitie van duurzaamheid. De verhoging van de OZB is natuurlijk zuur, maar ook onvermijdbaar. Vergeleken met een paar jaar geleden is de financiële situatie van de gemeente Laarbeek volkomen gewijzigd. De uitkeringen uit het Gemeentefonds blijven achter wat oorspronkelijk geraamd was. Zelfs met de voorgestelde OZB-verhoging is de gemeentebegroting pas in 2019 sluitend. Zonder deze forse verhoging moet een flink gesneden worden in de uitgaven voor de algemene voorzieningen, de jeugd, de verenigingen en de subsidies. En dat wil het CDA en de andere coalitie partijen vanzelfsprekend niet!

Andere zaken waaraan het CDA in zijn algemene beschouwing aandacht besteedde, waren de samenwerking in Peel 6.1 en de verkeersproblematiek in en rond Laarbeek. Het CDA betreurt het afhaken van Helmond en blijft onverkort achter deze samenwerking staan. Met betrekking tot de verkeersproblematiek blijft het CDA het vreemd vinden dat wethouder van Zeeland de nadruk blijft leggen op het streven naar een oplossing die duurzaam is en gedragen wordt door de regio. Waarom is er wel begrip voor het sluipverkeer door Nuenen en waarom geldt dit niet voor Laarbeek? Van Zeeland moet duidelijker opkomen voor de belangen van Laarbeek. Een geboortebos, waarmee de raad op verzoek van De Werkgroep instemde, is prima, maar natuurlijk niet op het traject waar de Ruit zou kunnen komen.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


woensdag 8 juli 2015


Enquête decentralisaties


Een half jaar geleden zijn de drie grote decentralisaties, waarmee de Nederlandse gemeenten te maken kregen, doorgevoerd. Voor het NRC en Overheid in Nederland aanleiding om een enquête onder raadsleden te houden over de huidige stand van zaken. Afgelopen woensdag publiceerde de NRC  de uitkomst Conclusie: je hebt geluk als je in de goede stad leeft.

De enquête werd ingevuld door ruim zeven honderd raadsleden. Dit aantal is op zich niet slecht. Raadsleden reageren meestal niet erg massaal op enquêtes. Opvallend is dat meer dan honderd keer raadsleden zonder dat daar specifiek naar gevraagd is opmerken dat de informatievoorziening vanuit de colleges naar de respectievelijke raden onder de maat is. De keukentafelgesprekken die een prominente rol zouden gaan spelen zijn nog steeds onder de maat, als ze al gehouden worden. Te vaak worden deze gesprekken telefonisch afgedaan of simpel weg per standaardbrief. Er zijn ook plaatsen waar het wel goed gaat en waar het zorgvuldig en professioneel gebeurt.

De meest opmerkelijke uitkomst vind ik dat er in heel veel gemeenten nog een begin is gemaakt met een nieuw plan van aanpak. De focus zou verschuiven van hulp naar preventie. In nog maar heel  weinig gemeenten  is hiermee zelfs een begin gemaakt. Ook het werken in wijkteams staat nog in de kinderschoenen.

In de enquête worden een aantal schrijnende gevallen genoemd. Niet alleen bij de WMO maar zeker ook bij de Jeugdhulp en de Participatiewet . Ouderenorganisatie ANBO meldde gisteren ook dat zij uit 78 gemeenten signalen heeft ontvangen dat het mis gaat met de toekenning van huishoudelijke hulp. De VNG geeft toe dat het her en der niet goed gaat. Voor de VNG geen reden om in te grijpen: immers deze zaken zijn naar gemeenten gegaan, omdat zij dichter bij de bevolking staan dan Den Haag. Dat er verschillen tussen gemeenten ontstaan, is all in the game.

Je zult maar hulpbehoevende oudere zijn!


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

dinsdag 7 juli 2015



Is PNL compleet de weg kwijt?



In de aanloop naar de algemene beschouwingen schreven een tweetal partijen een stukje in de plaatselijke media over de voorstellen in  de Kadernota 2016. ABL probeerde een invulling te formuleren voor het duurzaamheidsvoorstel van het college. PNL schreef afgelopen week in  het laatste nummer van De Laarbeeker een pissig stukje over “Duurzaam op weg naar een lege portemonnee ”. Al lezende kreeg ik de indruk dat PNL compleet de weg kwijt is.

In haar stukje schampert PNL dat het college onder het mom van duurzaamheid de burgers geld uit hun zak klopt. Het college verhoogt duurzaam de schuld per inwoner, stopt van alles en nog wat in de duurzaamheidspot en gaat ook nog eens een miljoen uitgeven aan het aanjagen van de duurzaamheid in Laarbeek. Volgens PNL heeft het college geen flauw benul waar dit geld naar toe gaat.

PNL heeft er geen snars van begrepen. De partij doet overigens ook geen enkele moeite om het te begrijpen. PNL gebruikt het woord duurzaamheid voor allerlei zaken die niets met duurzaamheid hebben uit te staan. Wat PNL maar niet wil inzien is dat dit college streeft naar een structureel sluitende begroting. Hiervoor zijn maatregelen noodzakelijk. Met pappen en nat houden zoals in het verleden komen we er niet meer. De tijd van struisvogelpolitiek en de kop in het zand steken is definitief voorbij. Structureel ingrijpen om voorbereid te zijn op de toekomst is noodzakelijk. Dat dit offers kost, moge duidelijk zijn.

Dit college is reëel en toekomstgericht. PNL zwabbert.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185