woensdag 1 april 2015


Burgerperspectieven


Afgelopen dinsdag  verscheen de 29e editie van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven . Het is een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het onderzoek geeft een helder inzicht in de stemming in het land en wat de burger bezielt en beweegt. Het legt als het ware de zielenroerselen van de Nederlander weer. De bevindingen in het rapport zijn gebaseerd op enquêtes en interviews die sinds 2008 elke drie maanden gehouden worden. Het onderzoek wordt uitgevoerd voor het kabinet in opdracht van de Voorlichtingsdraad. Het gehele rapport is te downloaden op de site van het SCP.

Uit het bijgevoegde persbericht ontleen ik het volgende:

Nederlanders maken zich grote zorgen over de internationale politieke situatie.  Erg vreemd kan ik dit niet noemen.  40% van de Nederlanders is tamelijk of zeer bezorgd over de internationale politieke situatie (en 44% een beetje). Ouderen en mensen die het politieke nieuws intensief volgen, zijn vaker bezorgd. De zorgen hebben vooral betrekking op terrorisme (met name radicale islam en IS), op de ontwikkelingen in de Oekraïne en Rusland en op Griekenland en de Europese Unie. De ondervraagden ervaren de wereldorde als instabiel. Ze voelen onmacht, omdat men het idee heeft dat Nederland noch de EU noch de Verenigde Staten de macht heeft om de ontwikkelingen te keren.

Vanaf medio 2013 werden meer mensen van mening dat Nederland meer de goede dan de verkeerde kant op gaat, van 20% in juli 2013 naar 37% in januari 2014.Die stijging had waarschijnlijk vooral te maken met het positievere berichten over de economische situatie. In 2014 zwakt het optimisme weer wat af, naar 31% in januari 2015. Dat is lager dan een jaar geleden, maar nog steeds hoger dan in de periode 2008-2010.

Het politieke vertrouwen steeg gestaag sinds medio 2013 tot het vierde kwartaal van 2014, maar daalt dit kwartaal: het vertrouwen in de Tweede Kamer van 55% naar 51% en het vertrouwen in de regering van 54% naar 48%. Ook de tevredenheid met de Haagse politiek daalde (van 54% naar 47% voldoendes).De kloof tussen de politiek en de burger is er niet  minder op geworden.

De negatievere publieke opinie over de politiek correspondeert met de verandering in de tevredenheid met de economie. Na vijf kwartalen stijging daalt het aantal tevredenen met de economie dit kwartaal van 70% naar 65%. Het optimisme over de Nederlandse economie (en over de eigen financiën) is sinds eind 2013 relatief hoog. 76% verwacht nu dat de economie minstens gelijk blijft (in het derde kwartaal van 2014 77%, in het vierde kwartaal 72%). Hogeropgeleiden zijn aanzienlijk optimistischer over de economie dan lageropgeleiden.

Volgens de publieke opinie verdient gezondheids- en ouderenzorg de meeste aandacht van de Haagse politiek . Ook bij de belangrijkste maatschappelijke problemen staat de zorg op een gedeelde eerste plaats (naast kwesties van samenleven). Men maakt zich vooral zorgen over de zorgkosten, de bezuinigingen en de veranderingen in het zorgstelsel. De decentralisaties in de zorg worden zelden spontaan genoemd als probleem. Bij navraag blijken ze wel vaak gezien te worden als manifestatie van negatieve ontwikkelingen in de zorg (bezuinigingen).

Net als andere Europeanen hebben Nederlanders meer vertrouwen in regionale en lokale instellingen dan in de nationale regering. Nederlanders voelen echter weinig binding met hun woonplaats. Wordt gevraagd naar hun tevredenheid met het lokale bestuur, dan is het gemiddelde rapportcijfer hoger (6,2) dan wanneer wordt gevraagd naar de lokale politiek (5,8), maar ook dat cijfer is wel duidelijk beter dan voor de politiek in Den Haag (5,0) en in Europa (4,6).

“Het lijkt alsof ik een pessimist ben, maar dat valt wel mee. Tot op heden wordt er veel voor ouderen en zieken gedaan, maar mijn angst is hoe zal het verder gaan?”  merkt een vrouw van 80 met een mulo-opleiding op.

Volgens mij verwoordt zij perfect wat heel veel ouderen voelen.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185