woensdag 18 april 2012


Regionale woonvisie 1


Bij de behandeling van dit punt in de raadsvergadering van 12 april j.l. ben ik in de eerste instantie van onderstaande tekst uitgegaan:
“ Voorzitter,
De Regionale Woonvisie is door het SRE bestempeld als een majeur dossier. Dat betekent dat alle bij het SRE aangesloten gemeenten de mogelijkheid krijgen op de inhoud van deze nota te reageren voordat hij ter vaststelling in de Regioraad komt. Het geeft niet alleen het belang aan dat het SRE aan deze woonvisie hecht, maar is ook het levende bewijs dat ook in een stelsel van verlengde democratie de mogelijkheid van democratische controle steeds aanwezig is. Ik hecht eraan om dit vast te stellen omdat ik In de commissie een commissielid weer eens hoorde afgegeven op het gebrek aan democratische legitimiteit van het SRE.
Toch is er natuurlijk wel een probleem bij de vaststelling van de regionale woonvisie op dit moment. In de commissie kwam dit ook aan de orde. Het kabinet heeft n.l. nog steeds het voornemen om het SRE per 1 jan. 2013 de WGR+-status te ontnemen. Minister Spies heeft onlangs het wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. De opheffing van de WGR+ past in het kabinetsbeleid dat streeft naar een kleinere overheid en minder bestuurlijke drukte. Op zich is daar veel voor te zeggen. Maar of daarvoor de WGR+ afgeschaft moet worden, is nog maar zeer de vraag. Het SRE heeft veel bijgedragen aan het succes van de regio. Niemand kan dit ontkennen. Met de afschaffing van de plustatus zou het kabinet best wel eens met het badwater ook het kind weggooien
Afschaffing van de WGR+ houdt o.a . in dat de volkshuisvesting niet meer tot de verplichte taken het SRE behoort. In 2013 zou dit ingaan. Wel kunnen de SRE-gemeenten besluiten deze taak vrijwillig als een SRE-taak te benoemen. Voor een gedeelte is dit ondertussen voor een gedeelte al gebeurd bij de vaststelling van de Regionale Agenda gebeurd. Of alle 21 regiogemeenten hieraan zullen vasthouden is nog maar zeer de vraag. De onzekerheid of dit inderdaad gaat gebeuren, speelt natuurlijk een rol bij de vaststelling van de regionale woonvisie. Raden zijn jammer genoeg heden ten dage genoeg een heel stuk minder SRE-minded dan voor enkele jaren terug, ook al constateer ik met genoegen dat hier en daar heel voorzichtig gedacht wordt aan een vorming van een metropoolregio, in ons geval de brainportregio, waarin gemeentegrenzen vervagen. In onze regio werken we al heel lang samen. Het zit in onze genen, zei portefeuillehouder Ubachs in de Laarbeeker van vorige week velen na. Mogelijk biedt dit perspectief.
Vanuit het besef dat het SRE qua structuur en organisatie gaat veranderen en gedeeltelijk al mentaal veranderd is, heb ik de regionale woonvisie bekeken. Vanuit de nieuwe nog niet uitgekristalliseerde situatie waarnaar we op weg zijn. Als ik vanuit dit besef naar de woonvisie kijk, dan constateer ik dat het SRE met deze woonvisie een terechte keuze heeft gemaakt. Niet meer een visie met een heleboel cijfertjes over woningbouwprogramma’s en het specifieke aandeel van gemeenten hierin. Dit zou ook niets toegevoegd hebben. Het SRE is op zoek gegaan naar algemene regionale problematieken die de gemeentegrenzen overschrijden en die een regionale gemeenschappelijke aanpak vereisen. Uitdagingen noemt de woonvisie dit heel terecht. Hiermee komt de woonvisie op een hoger abstractieniveau en wordt het een bouwstenennota. Dit is winst. Het biedt perspectief en een tool voor een regio die wil samenwerken op gemeenschappelijk ervaren knelpunten. Een verstandige en gedurfde keuze.
De achterliggende filosofie en de voorgestelde aanpak zijn helder. In de optiek van het SRE gaat het begrip „wonen al lang niet meer alleen om de woning, maar ook om de woonomgeving. Het gaat om leefbaarheid, herstructurering, stedelijke vernieuwing, huisvesten van specifieke doelgroepen (met name starters en senioren), welzijn en zorg, woonruimteverdeling en maatschappelijke voorzieningen. Dit zijn veelal lokale verantwoordelijkheden waarbij vooral voor gemeenten een belangrijke taak is weggelegd. De Regionale Woonvisie is niet vervallen in de fout deze thema’s nog eens van een „regionaal sausje te voorzien. Als dit gebeurd was dan zou de woonvisie geen meerwaarde hebben gehad. “Lokaal doen, wat lokaal kan” is namelijk het nieuw beleden uitgangspunt van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. Dit geldt dus ook bij werkzaamheden op het gebied van wonen. De woonvisie doet aan dit uitgangspunt recht.
In aansluiting op de Rijkswoonvisie die minister Donner in juli 2011 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, benoemt het SRE ook drie uitdagingen.Kijkend naar de regio ziet het SRE drie uitdagingen:
1. Oog voor kenniswerkers en lage-lonen-arbeidsmigranten;
2. Naar een nieuw evenwicht van sterke steden en een vitaal landelijk gebied;
3. Duurzaam vernieuwen en transformeren van de bestaande voorraad.
Volgens mij een juiste keuze al zou je misschien op dit moment ook geneigd zijn om het verbeteren van de condities voor investeringen op de woningmarkt hieraan toe te voegen. Dit is niet gebeurd. Waarschijnlijk is het ook meer een nationale dan een regionale problematiek.
Voorzitter, ik ga nu niet in op de concrete inhoud van deze uitdagingen zoals ze in hoofdstuk 3 beschreven staan. Ik ben vanzelfsprekend wel benieuwd naar de uitwerkingen voor de uitvoering. Hier ligt waarschijnlijk de bottleneck als het regionale denken het af moet leggen tegen de eigen gemeentelijke ambities. De voorgestelde methodiek lijkt mij de juiste. Laarbeek zou er in moeten willen investeren.
Wel willen wij nog even stilstaan bij de zienswijze van de gemeente Laarbeek. Een concreet en inhoudelijk concept voor deze zienswijze ligt niet voor. Het college stelt de raad voor op 2 onderdelen te reageren. Ik vind dit niet alleen mager, maar ook jammer. Wij zouden heel graag een zienswijze zien, waarin de gemeente Laarbeek de regionale woonvisie con amore omarmt, het SRE complimenteert met de aanpak en de gemaakte vernieuwende keuze van de drie uitdagingen én zich volmondig zonder enig voorbehoud uitspreekt voor regionale samenwerking op dit terrein, omdat we weten dat samenwerking meerwaarde heeft, ook al moet je soms hierbij iets inleveren aan eigenstandigheid.
Voorzitter, volstaan met een reactie zoals het college voorstelt, geeft aan dat het college de werkelijke betekenis van de woonvisie niet ziet of niet wil oppakken en alleen met opmerkingen komt die details betreffen en die niet tot het kader van deze vrij abstracte woonvisie behoren. Ik had ook graag gezien dat een concept-tekst van de zienswijze van de raad van Laarbeek vandaag in concreto hier voorgelegen had.
Mary Fiers schrijft als portefeuillehouder Ruimte en Wonen “Mensen identificeren zich met hun straat, dorp of stad. Niet zozeer met een regio ” Ik vind dit voorzitter een vreemde uitspraak in een regionale woonvisie die op samenwerking op gemeenschappelijke gevoelde uitdagingen inzet. Dat zij de naam van haar partijgenoot Jan Schaeffer niet juist weet te spellen is nog tot daar en toe, maar dat je in woorden, zeker in foute woorden, niet kunt wonen, had zij wel moeten weten. Dit alles neemt niet weg voorzitter dat we het volste vertrouwen hebben in deze woonvisie en de voorgestelde wijze van uitwerking.
Dank U ”
Voor reactie mail naar wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185