woensdag 14 december 2011


Intergemeentelijke samenwerking 3

 


De provincie Noord-Brabant (PNB) en de Vereniging van Brabantse Gemeenten
(VBG) onderzoeken momenteel  hoe zij de slagkracht van het bestuur kunnen versterken om in de toekomst de maatschappelijke opgaven in de regio  aan te kunnen. Hiervoor hebben zij het project Krachtig bestuur in Brabant ontwikkeld. Hiermee willen zij  daaraan een bijdrage leveren door het creëren van gezamenlijke beelden over de uitdagingen voor de bestuurlijke organisatie. De eerste stap betreft het creëren van een globaal beeld van die uitdaging met de bijbehorende kansen en opgaven. Dit globale beeld – de panoramafoto – dient vervolgens als vertrekpunt voor een verdergaande nulmeting van de bestuurlijke situatie. Daarbij zullen eerst voor de vier regio’s en vervolgens voor de individuele gemeenten in Brabant SWOT’s worden opgesteld. Aan Telos is gevraagd om het globale beeld te schetsen.

Telos en de VBG onderscheiden opgaven op drie niveaus:
regionaal strategische opgaven: hoe versterken en behouden we op een duurzame manier onze welvaart;
bestuurlijke opgaven: welke taken moeten worden uitgevoerd en welkemiddelen staan daarvoor ter beschikking;
-         opgaven met betrekking tot de bedrijfsvoering: hoe richten we de bestuurlijke organisatie zo in dat taken efficiënter en doelmatiger kunnen worden uitgevoerd. Het gaat daarbij o.a. om de inzet van instrumenten zoals ICT,out sourcing en Human Resource Management.


De Agenda van Brabant formuleert de strategische uitdagingen zoals die voor de komende tijd op de provincie afkomen. Het uitgangspunt is dat Brabant om succesvol te kunnen zijn en mee te kunnen komen – ook na de schok van de  – moet blijven voldoen aan de eisen die de kenniseconomie stelt. Kennis is in toenemende mate internationaal en beweegt zich steeds vrijer over de wereld. Regio's over de hele wereld zijn in verhevigde mate met elkaar in concurrentie voor het aantrekken, vasthouden en benutten van
vernieuwende kennis. Voor Brabant als belangrijke industriële kennis- en innovatieregio betekent dit enerzijds dat kennis van buiten gemakkelijker bereikbaar wordt. Daardoor kan de eigen kwaliteit toenemen. Anderzijds kan kennis ook gemakkelijker naar elders wegvloeien en zo de eigen positie ondermijnen.

Op een aantal terreinen is samenwerking mogelijk tussen gemeenten. Daarbij kan gedacht worden aan:
het gezamenlijk uitvoeren van het HRM-management of het delen van
ambtenaren;
het delen van het uitvoeren van backoffice processen, zoals de verwerking
van belastingsaanslagen (West Brabant);
het gezamenlijk ontwikkelen of inkopen van ICT-diensten;
het inhuren van bestuursondersteuning (beleidscapaciteit) bij een andere
gemeente.
Telos en de VBG komen tot de volgende aanbevelingen
“ Bezie het bestaande bestuurlijke casco als een mogelijk
bruikbaar platform voor samenwerking
Enerzijds wordt de regionale schaal van toenemend belang als platform van
ruimtelijke ontwikkeling (cf. WRR, PBL, CPB, VROMraad). Anderzijds wordt
diezelfde regionale schaal gekenmerkt door een grotere dynamiek, multifunctionaliteit en meerschaligheid. Daarmee dringt zich onvermijdelijk het
vraagstuk op van een dynamische regionale samenwerking. Hoe maken we de
regionale schaal in bestuurlijk opzicht tegelijkertijd effectief, veerkrachtig en
democratisch gelegitimeerd? Een blauwdruk hiervoor bestaat niet, maar de
structuur van het Huis van Thorbecke biedt voldoende ontwikkelruimte. Het is van belang het openbaar bestuur zo toe te rusten dat dit in staat is om adequaat op veranderende omstandigheden in te spelen en maatschappelijk ontwikkelingsvermogen te mobiliseren. Daarvoor kan een bestuurlijk casco, waarbinnen partijen hun wederzijdse rollen en opgaven op elkaar afstemmen en elkaar aanspreken op gezamenlijke resultaten (in samenspraak met maatschappelijke partijen), een oplossing zijn.
Het regionale casco wordt op hoofdlijnen gedragen door drie typen bestuurlijke spelers: de provincie als systeemverantwoordelijke, de grotere regiogemeenten als dragers van een regionale economie/daily urban system/bedrijfsvoeringsnetwerk  en de kleinere gemeenten als vertegenwoordigers van lokale bestuurlijke, woon, werk en leefgemeenschappen. Met elkaar zullen die drie spelers het
moeten doen. Maar dan wel vanuit een gedeelde bevraging/thematisering van de werking van het regionale systeem. Het bestuurlijke casco van Brabant kan in eerste instantie gedacht worden vanuit de vier regio’s zoals die in de Agenda van Brabant zijn onderscheiden, met Brabantstad als centrale stedelijke 'backbone', met de grotere steden als schakels tussen stedelijke 'backbone' en regionaal achterland en de provincie als systeemverantwoordelijke. Dat betekent niet dat alles nu direct met iedereen  binnen de vier regio’s moet plaatsvinden. Het gevaar daarvan is dat er dan toch weer een vierde bestuurlaag ontstaat met een eigen belang. Het vastzetten van
de samenwerking in vier regio’s heeft bovendien het nadeel dat de samenwerking tussen deelgebieden en regio-overschrijdende samenwerking (zowel intra als internationaal) belemmerd wordt. Moet Waalwijk met Noordoost-Brabant gaan samenwerken of met Midden-Brabant? Kan de Peel niet ook aansluiten op Noordoost-Brabant en Greenport Venlo, dan op de regio Eindhoven?

Thematiseer de positie van de raden
De rol van de gemeenteraad in het duale stelsel is kaders stellen en controleren. Vanuit het adagium “wat goed is voor de regio, is goed voor de gemeente” zal de raad zich de vraag moeten stellen welke inhoud en vorm van regionale samenwerking in het belang zijn van de burgers en bedrijven in hun gemeente. Hoe wil de gemeente zich positioneren? Voorwaarde daarvoor is dat ook de raden inzicht hebben in het functioneren van hun gemeente in de regio. Raadsleden zouden zich een gezamenlijk beeld moeten vormen van de regio. De raden moeten nadrukkelijk aan de voorkant betrokken worden bij de doorgronding van het regionale systeem en de regionale agendavorming. Niet alleen van de bestuurlijke organisatie, maar vooral van maatschappelijke processen die zich afspelen. Het gaat daarbij om processen en ontwikkelingen in de economie in relatie tot het fysieke en sociaal culturele domein. Om kennis over het functioneren van het regionale systeem (Daily/Weekly Urban Systems, vestigingsplaatsfactoren, clustervorming). Het uitgangspunt daarbij is duidelijk: de burgers die zij vertegenwoordigen bewegen zich ook al lang niet meer louter op lokale schaal. Die burgers hebben er belang bij dat hun vertegenwoordigers zich verhouden totde regionale dynamiek waarin de eigen gemeente is opgenomen. Omwille van een gezonde arbeidsmarkt, de toegang tot robuuste natuur, energiezekerheid, bereikbaarheid, onderwijskwaliteit, etc.

4.4 Zet in op een versterking van de positie van maatschappelijke
actoren
Bestuurlijke samenwerking heeft alleen zin als het aansluit bij agenda's van
maatschappelijke partijen. Die bredere maatschappelijke samenwerking is van
oudsher een kenmerk van het Brabantse bestuur (Telos, 2009). Dat wordt in de
Agenda van Brabant ook nadrukkelijk erkend. Maar publiek-private samenwerking is lastig en vereist van overheden dat zij zicht hebben op ontwikkelingen in de markt. Een aangrijpingspunt voor het ontwikkelen van publiek-private agenda’s is het inzetten op regionale waardeketens en de bijbehorende waardecreatie door een actieve betrokkenheid bij/van maatschappelijke actoren (bedrijven, organisaties). Dat kan worden opgespoord door die maatschappelijke actoren veel nadrukkelijker te betrekken in de regionale kennis- en agendavorming. Vaak zijn
de maatschappelijke actoren (zorginstellingen, bedrijven, woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen) al verder in het zoeken van regionale verbanden (waardeketens) dan bestuurders. Bij het maken van de regionale foto's zou de rol van maatschappelijke actoren in de vormgeving/uitvoering van bestuurlijke agenda's nadrukkelijk aan de orde kunnen komen.”

Morgen kijk ik naar waaraan Laarbeek zich tot op heden gecommitteerd heeft


Voor reactie mail naar wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185