dinsdag 8 juli 2014


Participatie


Vorige week woensdag vond in de Tweede Kamer het debat over de participatiesamenleving plaats. In de troonrede had het kabinet de koning de woorden over de participatiesamenleving in de mond gelegd. Tot vorige week was het kabinet naar het oordeel van de Kamer er onvoldoende in geslaagd duidelijk te maken wat het nu eigenlijk met die woorden bedoelde. Premier Rutte moest het in de Kamer komen uitleggen. Met name Arie Slob van de ChristenUnie had daarop aangedrongen.
Woensdag maakte Rutte het op zijn Ruttiaans in drie zinnen duidelijk: hij ziet de participatiemaatschappij niet als na te jagen doel, maar als term die de huidige samenleving beschrijft. Een feitelijke constatering derhalve. “ De participatiemaatschappij is geen na te streven heilstaat. Het is geen einddoel. Sterker nog: we roepen mensen zelfs niet op te participeren ” Zo zei hij het letterlijk woensdagavond.
De woorden van Rutte roepen verbazing op. De woorden in de troonrede suggereerden op zijn minst dat de participatie maatschappij het einde van de verzorgingsstaat met zich mee zou brengen. En dit laatste ontkende Rutte nu met even zoveel woorden: de burgers moeten zoveel als zij kunnen bijdragen aan de samenleving. Wie daar niet toe in staat is, moet op de overheid kunnen rekenen.
Dit antwoord was een tegenvaller. Het toonde wederom aan dat het kabinet geen ideologische gedachte achter het begrip participatiesamenleving heeft en feitelijk ook geen maatschappijvisie voor de lange termijn. Is het dan toch niet meer dan een goedmakertje voor bezuinigingen op de zorg? Het lijkt er sterk op.
In het Kamerdebat wierp met name de SP de vraag op of burgers nog niet genoeg participeren, gezien de vele vrijwilligers en mantelzorgers in het land. Suggereert het kabinet in feite niet, zo vroeg de SP zich af, dat veel Nederlanders in een hangmatje onder de zon liggen en niet participeren, maar parasiteren? Ik ben geneigd te zeggen: hier zit een kern van waarheid in!

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185