maandag 9 maart 2015



Richard Engelfriet als begeleider.





De gemeente heeft Richard Engelfriet aangezocht als procesbegeleider om het veranderingsproces in Laarbeek te begeleiden. Volgens het ED heeft hij inmiddels al een paar keer toegekeken bij een raadsvergadering en  gesproken met alle fractievoorzitters in de Laarbeekse gemeenteraad.
Zijn aanstelling is het gevolg van het besluit in de raadsvergadering van 22 januari, waarin het onderzoeksrapport naar de bestuurscultuur in Laarbeek werd besproken. De raad heeft toen besloten een onafhankelijke,externe deskundige in te schakelen.

Aan dit criterium voldoet Engelfriet. Hij beschikt over een ruime ervaring op dit terrein als discussieleider. Hij is echter geen inhoudelijke adviseur, maar meer een begeleider van het gesprek dat mensen met elkaar willen voeren. Hier zit echter de grote crux. Tot op heden heeft de raad er nauwelijks blijk van gegeven dat zij op het terrein van integriteit en bestuurscultuur inhoudelijk voldoende deskundig is. Tot op heden blijft alles wat de raad hierover zegt heel oppervlakkig en niet to the point. Ook de Laarbeekse raad zou zich moeten realiseren dat het weefsel van onze samenleving verandert, weliswaar traag , maar onmiskenbaar.

Opdracht voor Engelfriet is aan deze discussie handen en voeten te geven. Ik denk dat daarvoor een inhoudelijke benadering noodzakelijk zal zijn. Het zij n niet alleen trucs  en machtspelletjes die de Laarbeekse bestuurscultuur zo rot hebben gemaakt. Het gaat om een ingeroeste mentaliteit van vriendjespolitiek die uitgebannen moet worden.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 8 maart 2015


Brandweerzorg

De discussie over de bezuinigingen op de brandweerzorg loopt in verschillende gemeenten binnen de Veiligheidsregio Zuidoost Brabant zeer hoog op. De vergaderingen in commissies en gemeenteraden in de regio verlopen zeer emotioneel. In verschillende gemeenten verzetten raadsleden zich fel tegen het afschaffen van de 2e tankspuitwagen en de vermindering van het aantal vrijwilligers bij de brandweer. Her en der krijgen burgemeesters van raden de opdracht mee de bezwaren in de concept-reacties aan te scherpen.

De Toekomstvisie gaat gepaard met een bezuinigingsopgave van € 4,5 milj. Dit komt ongeveer neer op 10% van het huidige budget. Komt de brandveiligheid hierdoor niet in gevaar, zo vraagt menigeen zich af? De Veiligheidsregio bestrijdt dit en noemt de risico’s aanvaarbaar. Dit laatste is echter met geen mogelijkheid te controleren. Alleen de praktijk kan dit bewijzen. Maar wie durft hierop te gokken? Op een proef met mensenlevens zit niemand te wachten.

Van de commotie die in andere gemeenten het debat beheerst, was in Laarbeek niets te bespeuren. De Toekomstvisie en de daarbij behorende bezuinigingen waren in de commissie Algemeen Zaken geen issue. Het kan natuurlijk zijn dat hierbij meespeelde dat Laarbeek een zgn. voordeelgemeente is en daardoor voor de brandweerzorg niet extra hoger wordt aangeslagen dan we gewend zijn. Alleen maken we ons druk over de extra bijdrage die we moeten betalen omdat de VRBZO de nadeelgemeenten enigszins wil ontzien.  Laarbeek verzet zich tegen de oplossing waar de Veiligheidsregio in dit geval specifiek voor kiest. Dit werd in de commissie in alle rust besproken. Er was dan ook geen vuurwerk bij de bespreking van de Toekomstvisie zoals in veel gemeenten wel het geval was. Laarbeek wordt niet geconfronteerd met extra aderlatingen zoals het vervallen van uitrusting en/of vermindering van het aantal vrijwilligers.  En vooral belangrijk: de bestaande brandweerposten in Laarbeek blijven intact.

Betekent dit dat we rustig achterover kunnen leunen? Ik denk het niet. Allerlei zaken binnen de brandweer zullen gaan veranderen. Verdere stroomleiding en andersoortige aanpak zullen met het oog op het beheersen van de kosten worden doorgevoerd. De risico’s zullen wel binnen de marge van het aanvaardbare vallen, maar het subjectieve veiligheidsgevoel van de burgers zal er zeker niet groter van worden. De commotie die rond de opheffing van het duikteam naar boven kwam drijven, spreekt in dit opzicht boekdelen.

Toen ik voor de commissievergadering de stukken over de brandweer doornam,realiseerde ik mij plotseling dat wij nog steeds praten over “onze ” brandweer. Sinds 1 januari 2014 hebben we geen eigen brandweer meer, waar de raad iets over te zeggen heeft. Onze brandweer is overgegaan naar de Veiligheidsregio. In het bestuur van de Veiligheidsregio kan Laarbeek meepraten, samen met de andere 21 gemeenten. Als het op stemmen aankomt, heeft Laarbeek slechts een stem;  bij financiële voorstellen een gewogen stem in een geheel van 51 stemmen. We zullen ons dus moeten schikken naar meerderheden. Dat is de prijs die betaald moet worden voor intergemeentelijke samenwerking. Op zich is dit niet onoverkomelijkheid als de samenwerking meerwaarde heeft en tot een efficiënter gebruik van middelen leidt. Aan dit criterium voldoen de voorstellen die de Veiligheidsregio aan de raad voorlegt.

Onze eindconclusie is dan ook dat de Toekomstvisie  een werkbaar document is , waar brandweren mee vooruit kunnen als men bereid is over gevoeligheden die samenhangen  met het verlies van vermeende zelfstandigheid heen te stappen. Als de Toekomstvisie uitgevoerd wordt , krijgt de regio een redelijke veiligheidsscore. Dat stelt gerust. Absolute veiligheid is nu eenmaal een illusie. We kunnen ons indekken tegen bepaalde risico’s , maar niet tegen alle.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

donderdag 5 maart 2015



Met alleen slimme auto’s staan alle wegen vol.


De discussie over De Ruit heeft de regio tot op het bot verdeeld. Een meerderheid van de gemeenten in Zuidoost Brabant heeft zich uiteindelijk uitgesproken tegen De Ruit. Hierbij waren ook de twee grootste gemeenten in onze regio. Uiteindelijk heeft een meerderheid van de Tweede Kamer  hen in de aanvaarde motie Hoogland gevolgd en het beschikbaar stellen van de toegezegde gelden voor de aanleg van De Ruit, de Oost-Westverbinding , ingetrokken. De minister heeft de meerderheid van de Kamer  gevolgd als was zij zelf wel voor De Ruit. Het provinciebestuur staat tot op heden achter De Ruit en bereidt een doorstartdossier voor.

In een brief van 22 januari 2015 aan de Kamer bevestigt de minister haar standpunt. In deze brief schrijft zij:

“Uw Kamer erkent, gelet op de tekst in de motie, wel het belang van de regio, en ook van een goede bereikbaarheid van de regio. Zoals al eerder aangegeven, vind ik het pakket van het voorkeursalternatief van de Provincie Noord-Brabant voor de Ruit verkeerskundig de beste oplossing voor de knelpunten in het gebied. Voor de aanpak van de knelpunten blijft de samenhang tussen hoofdwegennet en onderliggend wegennet van belang. Ik zal hierover dan ook in overleg treden met de provincie.”

Overigens gaat zij de motie wel uitvoeren en onderzoekt zij de mogelijkheden om de doorstroming en de robuustheid van het verkeerssysteem in de regio Eindhoven naar een voldoende niveau te brengen. Daarom zal de A67 betrokken worden bij het MIRT onderzoek kennisas Utrecht-Endhoven. Voor de A58 wil zij bekijken hoe met innovatieve maatregelen oplossingen gevonden kunnen worden. Medio mei 2015 zal de minister over dit project een beslissing nemen.

De gehele discussie heeft de regio geen goed gedaan. De regio is verdeeld en is er niet in geslaagd een voor partijen acceptabel compromis te bereiken. De slimste regio  is niet capabel om als het erop aan komt de handen in elkaar te slaan. Het vermogen om aan je principes vast te houden en toch een compromis te sluiten heeft ten enenmale ontbroken. De twee kampen hebben elkaar niet kunnen, misschien wel niet willen vinden.

De regio heeft haar hoop gevestigd op verbetering van de doorstroming met “ slimme oplossingen”. Meer asfalt zou voorkomen kunnen worden door het inzetten van duurzame innovatieve oplossingen. Dat was de mantra van de tegenstanders.  Deze hoop werd dezer dagen echter met een mokerslag de grond  ingeboord. Op een bijeenkomst van de PvdA in De Mortel in Eindhoven over “ slimme mobiliteit ” kwam uit onverdachte hoek de uitspraak dat als morgen heel Nederland in een zelfrijdende auto stapt, het verkeer op alle wegen vast zal staan. Voorgeprogrammeerde auto’s houden een veel grotere afstand van elkaar dan automobilisten doen. De uitspraak kwam van Tom-Tomberbestuurder Carlo van de Weijer.

Toch iets om over na te denken. Smart mobility  is nog verder weg dan waar het kamp van de tegenstanders van De Ruit van uit gaat.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

woensdag 4 maart 2015


Nieuwe bestuursvormen.


In het ED van gisteren las ik het volgende bericht:

“ Er komt een onderzoek naar nieuwe bestuursvormen in de regio. Daarmee moet de slagkracht van het regiobestuur worden vergroot. Samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken wil de provincie dat innovatieve vormen worden bedacht om gemeenten en regio's goed te kunnen besturen.
Het onderzoek, waarvoor de provincie deskundigen in binnen- en buitenland wil raadplegen, moet dit jaar worden verricht. De provincie heeft vorig jaar alle Brabantse gemeenten gevraagd hoe zij hun toekomst voor zich zien. Naar aanleiding van die reacties wil de provincie om de tafel met gemeenten waarbij experimentele ambtelijke of bestuurlijke vormen zouden kunnen worden ingezet.
Ook een onderzoek naar een nieuwe bestuurslaag in de regio is een mogelijkheid. "Het is gewoon niet effectief om een regionaal economisch beleid te laten ontwikkelen door tientallen wethouders uit een bepaalde regio. Daarnaast is dat ook weinig democratisch omdat de afzonderlijke gemeenteraden dan vaak het nakijken hebben", aldus een woordvoerder van de provincie. In de regio worden dergelijke beslissingen nu genomen door de Metropoolregio Eindhoven, sinds afgelopen week de officiële opvolger van het SRE. Een speciale raad die gaat over grote, gemeente-overstijgende onderwerpen kan volgens de provincie zorgen voor een beter functionerende democratie en snellere besluiten.”
Als voorbeeld wordt in het artikel de samenwerking van de zes Drechtsteden genomen. Volgwens de krant noemt de provincie dit een zeer betekenisvol initiatief, waardoor per saldo meer problemen op een effectieve en democratische manier  worden aangepakt dan voorheen.
De Brabantse gemeenten maken tot op heden geen haast met het indienen van hun visie op de toekomst. Op 1 juli a.s. moeten deze binnen zijn. Tot op heden heeft geen enkele Brabantse gemeente haar visie in  Den Bosch ingeleverd. Volgens het ED werken de Peelgemeenten en de Kempengemeenten aan een gezamenlijke reactie. Ik ben benieuwd.
Vandaag kwam als vervolg op dit artikel het ED met een redactioneel commentaar. De kop “ Bestuurlijke lapmiddelen ” alleen al intrigeerde mij. De analyse die het ED in dit commentaar maakte, kan ik in zijn geheel onderschrijven. De laatste zin van het stuk kan ik niet zo goed plaatsen. Hieronder het bewuste commentaar:
“ Bestuurlijke lapmiddelen
De provincie is te groot en veel gemeenten zijn juist te klein. Die conclusie valt te trekken uit de aankondi­ging dat de provincie Brabant nu samen met het minis­terie van Binnenlandse Zaken onderzoek gaat doen naar nieuwe bestuursvormen in de regio en daarbij zelfs een nieuwe bestuurslaag niet uitsluit. Het initiatief bevestigt vooral dat de wijze waarop provincies en gemeenten nu zijn ingericht niet goed genoeg functioneert.

Veel gemeenten zijn niet in staat hun taken, zeker nu die zijn uit­gebreid, zelfstandig naar behoren uit te voeren. Zij missen daar­voor simpelweg de schaalgrootte en zoeken de oplossing in sa­menwerkingsverbanden met andere gemeenten. Die samenwer­kingsverbanden zijn democratisch lastig te controleren. Gemeen­teraden mogen er wel hun zegje over doen, maar in de praktijk worden zij vaak voor een fait accompli geplaatst.

Anderzijds zijn er ook taken – op gebieden als economie, wonen en mobiliteit – die het belang van de gemeente overstijgen en waarvoor de provincie weer te ver weg is. Voor die taken is de Metropoolregio Eindhoven – als opvolger van het Samenwer­kingsverband Regio Eindhoven – in het leven geroepen. En ook op de besluiten daarvan hebben de gemeenteraden als lokale volksvertegenwoordigingen te weinig vat.

Op nog een bestuurslaag zit niemand te wachten en kunstgrepen om het democratische gehalte van gemeentelijke samenwerkings­verbanden wat op te vijzelen zijn lapmiddelen. Als de provincie te groot en te ver weg is en de gemeenten te klein zijn voor een efficiënte uitvoering van hun – steeds complexere – takenpakket en de directe democratische controle daarop, dan zijn betere op­lossingen denkbaar.”
Welke betere oplossingen dan, zo vraag ik mij af?

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

dinsdag 3 maart 2015


Brandweerzorg


Aan de agenda van de commissie Algemeen Bestuur die donderdagavond na afloop van de extra raadsvergadering  bijeenkwam,was was een extra punt toegevoegd. Klaarblijkelijk was er bij de samenstelling van  de agenda iets misgegaan. Voor 6 maart a.s. moet de gemeente reageren bij de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost op de Toekomstvisie, het Dekkingsplan 2014 en de 1e begrotingswijziging 2015. Vandaar.

Er is een heleboel informatie over de commissie uitgestrooid, zoveel zelfs dat het  begint te duizelen. Soms krijg je ook teveel informatie en vergeet men de informatie te stroomlijnen en te duiden. Het was daarom niet eens zo gek dat Mevr. van de Zanden de portefeuillehouder om een samenvatting te geven. Dat ging hem goed af, ook al moest het à l`improviste.

Er zijn sinds september 2013 een groot aantal bijeenkomsten geweest voor allerlei bij  de brandweerzorg betrokkenen. De Veiligheidsregio heeft hier in ieder geval behoorlijk in geïnvesteerd. De samenvattende verslagen die als bijlagen bij de stukken zitten, laten dit duidelijk zien.

In de veelheid van stukken ben ik op zoek gegaan naar de hoofdlijnen. Normaal vind je dit in het preadvies. Deze keer wordt in het preadvies m.i. te sterk de nadruk gelegd op het financiële aspect. Dit laatste is natuurlijk, zeker in deze tijd, belangrijk, maar het moet niet overheersen. Mijn indruk is dat dit financiële aspect in de stukken die de gemeente Laarbeek geproduceerd heeft, sterk overheerst. In principe zou het echter moeten gaan over de kwaliteit van de brandweerzorg. Dit zou centraal moeten staan.
De eerste vraag is dus niet wat gaat het Laarbeek kosten,maar de vraag of deze voorstellen voldoende recht doen aan het veiligheidsgevoel van de Laarbeekers. 

Deze kernvraag wordt in de stukken niet gesteld, zelfs niet in de verste verte niet aangeduid. Uit alle stukken kan ik niet opmaken of de brandveiligheid en preventie in Laarbeek met de oprichting van de veiligheidsregio er wel of niet op vooruit gaat. Wat koop ik er voor om te weten dat Laarbeek in financiële zin een zgn. voordeelgemeente is, als ik niet kan opmaken of de Laarbeekers in de nieuwe organisatie beter beschermd worden dan voorheen. Dit lijkt mij toch de meest essentiële vraag. Of niet soms?

Dat ik deze vraag stelt , is natuurlijk niet zo gek als ik de commotie die ontstond toen het duikteam opgeheven werd, in gedachten roep. Is het zo vreemd dat Laarbeekers die leven en wonen in een gemeente met nogal grote hoeveelheid water binnen de gemeentegrenzen en die zich profileert als Waterpoort van De Peel, dat een onbegrijpelijk besluit vonden? Hun vertrouwen in de regionale brandweer  werd hier niet groter door. Integendeel zelfs.

Maar heeft het wel zin om deze essentiële vraag te stellen. Immers,  we hebben geen eigen brandweer meer. Onze brandweer is verplicht overgegaan naar de veiligheidsregio. Per 1 jan 2014 was dit wettelijk zo geregeld. In de VRBZO hebben we slechts een stem; bij financiële voorstellen een gewogen stem in een geheel van 51 stemmen. We zullen ons dus moeten schikken naar meerderheden. Dat is de prijs die betaald moet worden voor intergemeentelijke samenwerking. Op zich is dit niet onoverkomelijkheid als de samenwerking meerwaarde heeft en tot een efficiënter gebruik van middelen leidt.

Voor ons hoefde de overgang naar de Veiligheidsregio niet zo nodig .We waren tevreden met de regionale brandweer die naar behoren functioneerde. Aan een veiligheidsregio  waarover na de brand in  Enschede de discussie ging, hadden we nauwelijks behoefte. Gelukkig werden  de plannen voor een massieve veiligheidsregio met een dijkgraaf veiligheid in the lead een heel stuk afgezwakt. Maar de VRBZO werd wel een feit. Gemeenteraden, brandweren, vrijwilligers hadden het er maar moeilijk mee. We moeten ermee leren leven en er maar het beste van zien te maken.

Het Algemeen Bestuur van de VRBO heeft een bestuurlijke werkgroep Toekomstvisie Brandweerzorg medio 2014 opdracht gegeven een toekomstvisie te ontwerpen voor de brandweerzorg. De werkgroep moest vraag beantwoorden : hoe moet de brandweerzorg er in de toekomst uitzien met als perspectief het jaar 2018, inclusief – zo werd het uitdrukkelijk geformuleerd- een betekenisvolle bezuiniging in 2018 en in de aanloop daartoe. De omschrijving “ betekenisvolle ” bezuiniging intrigeerde mij. Let wel: het Algemeen Bestuur heeft in meerderheid opdracht gegeven tot deze bezuinigingsvoorstellen.

Ik moet constateren dat de werkgroep goed werk heeft geleverd. Met een uitgebreide informatieve en consultatieronde heeft zij naar draagvlak gezocht. Hierin is zij redelijk geslaagd, al moet gezegd worden dat het presenteren van een toekomstvisie en bezuinigingen in één rapport een minder gelukkige is. “ De gewenste bezuinigingen hebben een te grote invloed op de toekomstvisie en deze teveel bepaald ”, zeggen een aantal betrokkenen. Ik deel die mening. De betekenisvolle bezuinigingen stonden te centraal. De organisatie en de inrichting werden hieraan ondergeschikt gemaakt. Duidelijke risico’s werden als acceptabel gekwalificeerd. In de oplegnotitie lezen we:

Uitdrukkelijk constateert het Algemeen Bestuur ook dat  voorstellen een beperking van het zorgniveau inhouden die het bestuur acceptabel acht. Tegelijkertijd kan een forse bezuiniging worden gerealiseerd. Daarbij wordt aangetekend, dat sinds 2010 de inwonerbijdrage voor VRBZO al met 21% is gedaald en vele gemeenten de afgelopen jaren al op de brandweer hebben bezuinigd.  ” Heeft Laarbeek dit ook gedaan?

In de aanbiedingsbrief zegt het Algemeen Besuur heel uitdrukkelijk dat de visie uitgaat van de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Letterlijk staat er:

Binnen de overheid is vervolgens de gemeente de eerstverantwoordelijke voor veiligheid, ook voor brandveiligheid. Snelle ontdekking en zelfredzaamheid zijn net zo van belang om slachtoffers te voorkomen als een snelle en goede incidentbestrijding door de brandweer. …Voor de brandweer staan de veiligheid van personeel en veiligheid van burgers voorop. De vrijwilligheid is en blijft het fundament. Bij risicobeheersing wordt de werkwijze vernieuwd, van regelgericht naar risicogericht. Daardoor kan met minder mensen méér werk worden gedaan. Voorgesteld wordt om de wettelijke taken van de veiligheidsregio en van de gemeenten op te dragen aan de veiligheidsregio. Voor brandveilig leven verzorgt VRBZO basisvoorzieningen, de uitvoering ligt primair bij gemeenten en maatschappelijke organisaties. VRBZO kan daarbij ondersteunen. ”

Dit betekent dat naast de afdracht aan de VRBZO de gemeente zelf ook bedragen moet reserveren voor brandveilig leven zoals dat zo fraai in de stukken wordt genoemd.  Terecht merkt het college in het pre-advies op dat de ontwikkeling van producten  in de Toekomstvisie gezien wordt als basistaak en dat de uitvoering wordt gelegd bij de gemeenten. Letterlijk staat er:

“ Risico daarvan is dat de uitvoering per gemeente enorm kan verschillen. Om effectief te zijn dient Brandveilig Leven op een bepaald minimaal basisniveau op eenduidige wijze te worden weggezet in de regio. Het mag dan niet teveel afhankelijk zijn van lokale keuzes die daarin worden gemaakt. Dat kan geborgd worden door ook de uitvoering essentieel onderdeel te laten zijn van het basistakenpakket VRBZO.”

In de oplegnotitie van VRBZO voor het algemeen bestuur, wordt het algemeen bestuur verzocht uit te spreken dat VRBZO zich samen met gemeenten gaat inzetten op het verbeteren van repressieve maatregelen en op het toepassen van flankerend beleid.

“Hierbij zetten wij de kanttekening “ zo schrijft het college ”dat het ‘verbeteren van repressieve maatregelen’ en ‘het toepassen van flankerend beleid’ uitdrukkelijk binnen de kaders van de Toekomstvisie moet plaatsvinden en niet aanvullend daarop. Dat zou immers de versobering die met de Toekomstvisie beleidsmatig wordt vastgesteld weer (deels) teniet doen.” Ook deze angst leeft bij ons.

Het Algemeen Bestuur herinnert de gemeenten eraan  dat op grond van artikel 3a van de Wet veiligheidsregio’s  de gemeenteraad ten minste eenmaal in de vier jaar de doelen vaststelt  die de gemeente betreffende de brandveiligheid en de werkwijze en kwaliteit van de brandweerzorg nastreeft. Hoe staat het in Laarbeek met deze verplichting?

De Toekomstvisie is een werkbaar document, waar brandweren mee vooruit kunnen als men bereid is over gevoeligheden die samenhangen  met het verlies van vermeende zelfstandigheid heen te stappen. Als de Toekomstvisie uitgevoerd wordt , krijgt de regio een redelijke veiligheidsscore. Dat stelt gerust. Absolute veiligheid is nu eenmaal een illusie. We kunnen ons indekken tegen bepaalde risico’s , maar niet tegen allen.

In de concept-reactie maakt e gemeente Laarbeek bezwaar tegen de voorgestelde verevening tussen de zgn voordeelgemeenten en nadeelgemeenten. 
De nadeelgemeenten zouden een maximale stijging van de bijdrage mogen krijgen van 25%. Volgens Laarbeek betekent dit  de voordeelgemeenten  indexering en de kosten voor “Brandveilig leven” betalen voor de “nadeelgemeenten”. Het college noemt dit terecht  niet uitlegbaar, daar alle gemeenten hebben ingestemd met de Kadernota 2015 en het doorstrepen van de bezuiniging op “Brandveilig leven” en dus ook de lasten daarvoor toebedeeld moeten krijgen.

Gemeenten die hun brandweerzorg niet op orde hebben moeten de last hiervoor niet bij de gemeenten neerleggen die deze zorg wel redelijk in orde hebben. De voorgestelde oplossing van maximalisering g is dus per definitie onredelijk. Er moet dus een andere oplossing voor gevonden worden. Mogelijk biedt het alternatief dat Laarbeek aandraagt, een oplossing. In het concept staat het duidelijk omschreven: 

“ Wanneer niet wordt gekozen voor een evenredige verdeling (buiten “Model Deurne” om) zoals hierboven genoemd, kan als alternatief gekozen worden om de kosten voor 2015, totaal € 980.718, net als in 2014 door een éénmalige onttrekking uit de algemene reserve te onttrekken. Dit zou dan ook éénmalig moeten zijn en voor de volgende jaren zal een andere oplossing gezocht moeten worden. Deze dekking mag op deze manier geen structureel karakter krijgen. “
Ook onderschrijven wij  de passage in de concept-brief  over het verbeteren van repressieve maatregelen en het toepassen van flank lerend beleid. Dit moet inderdaad binnen de kaders van de Toekomstvisievallen en niet als aanvullend daarop.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

maandag 2 maart 2015


Rekenkamercommissie


Sinds het begin van dit jaar heeft landelijk het debat over de toegevoegde waarde van een Rekenkamer c.q. Rekenkamercommissie ter versterking van de controlerende functie van de gemeenteraad  een nieuwe impuls gekregen. Directe aanleiding voor de hernieuwde discussie over de Rekenkamerfunctie waren successievelijk de felle kritiek  van Gerrit de Jong van de Algemene Rekenkamer in Binnenlands Bestuur en de Kamervragen n.a.v . zijn opmerkingen van Manon Fokke .

Bij zijn afscheid als lid van de Algemene Rekenkamer haalde De Jong ongemeen fel uit De Jong naar  pogingen om de macht van Rekenkamers uit te hollen.  Gemeenten verminderen het onderzoeksbudget van Rekenkamercommissies. Laten ze een stille dood sterven  of schaffen ze af. Volgens De Jong is het voornemen van de wetgever om de verplichte evaluatie van de rekenkamers af te schaffen een verkeerd signaal. Zo hekelt De Jong ook het plan van de VNG om de wettelijke verplichting tot het hebben van en rekenkamer. In zijn  artikel in Openbaar Bestuur stelt de Jong dat juist nu de noodzaak voor een goed functionerende Rekenkamercommissie van het grootste belang is. Immers de gemeente heeft per 1 januari 2015 er een groot aantal nieuwe taken en financiële middelen  bij gekregen.

Minister Plasterk  heeft n.a.v. dit artikel en de Kamervragen van Manon Fokke een duidelijke draai gemaakt. Hij heeft zich onomwonden uitgesproken voor het behoud van de lokale rekenkamercommissie en gaat op dit punt de wet handhaven. Het werd tijd ook. Volgens Plasterk zijn er nu 26 gemeenten met een slapende rekenkamer. Hij maakt hierbij  een onderscheid tussen structureel inactieve rekenkamers en tijdelijk inactieve rekenkamers. Structureel inactieve rekenkamers hebben reeds een aantal jaren geen rekenkameronderzoek uitgevoerd en/of tonen geen voornemen de rekenkamerfunctie binnen afzienbare tijd te activeren. 15 gemeenten heeft de minister halverwege 2014 om ambtsbericht gevraagd.

Ik weet niet of Plasterk ook Laarbeek om een ambtsbericht heeft gevraagd. Zeker is wel dat ook de rekenkamercommissie van Laarbeek al jaren een slapend bestaan leidt. Na een goede start in 2006 is er geleidelijk de klad ingekomen en leidde de Laarbeekse Rekenkamercommissie een slapend bestaan  in afwachting een revitalisatie. Aanvankelijk werd gedacht aan een gezamenlijke Rekenkamercommissie voor Laarbeek en Gemert-Bakel. Een tijdlang was de hoop gevestigd op een  gezamenlijke Rekenkamer voor de Peelgemeenten.   Dit bleek een ijdele hoop; er was nauwelijks belangstelling  voor. Daarop hebben de gemeenten Laarbeek en Gemert-Bakel het oude idee van een gezamenlijke Rekenkamercommissie voor deze twee gemeenten weer opgepakt. De notitie kwam vorige week aan bod in de commissie Algemene Zaken.

Het CDA heeft vanaf het begin van de invoering van het dualisme veel waarde gehecht aan een god functionerende Rekenkamercommissie. Met lede ogen hebben wij moeten aanzien dat de Laarbeekse Rekenkamer langzaam maar zeker verwaterde en uiteindelijk slapende werd. Gebrek aan belang stelling en stimulering  vanuit de raad en een voorzitter die er niet meer aan trok en uiteindelijk afhaakte, moeten als oorzaak hiervoor genoemd worden. Hierbij kwam dat de hoop die Laarbeek op samenwerking met Gemert-Bakel stelde, in dit opzicht ijdel bleek te zijn. Gemert voelde niets voor “pottenkijkers ” uit Laarbeek.

Nu de mogelijkheid voor een Rekenkamercommissie voor de Peelgemeenten niet reëel is gebleken, hebben Gemert en Laarbeek het oude idee van een gemeenschappelijke Rekenkamercommissie opnieuw opgepakt. De hiervoor geschreven notitie ziet er goed uit. Het voorstel is een Rekenkamercommissie bestaande uit drie externe leden met een vast budget van een Euro per inwoner. Dit maakt een goede start mogelijk.

In de commissievergadering is het CDA accoord gegaan met de inhoud van de notitie. Wij zijn voorstander van een deskundige met een  juridische achtergrond, een met een bestuurskundig en een deskundige met een financiële achtergrond als leden van de Rekenkamercommissie. Als onverhoopt de oprichting van een gemeenschappelijke Rekenkamercommissie stagneert, kiezen wij voor een eigen Laarbeekse Rekenkamercommissie. Op 1 juni moet de gemeenschappelijke commissie rond zijn. Zo niet dan moet Laarbeek volgens ons zijn eigen weg gaan.
 

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 1 maart 2015


Omzien in wrok

Donderdagavond nam ex-wethouder Theodoor Biemans ten langen leste het enig mogelijk juiste besluit; hij kondigde aan terug te treden als raadslid van de gemeente Laarbeek. Na ruim 50 dagen na het verschijnen van het voor hem vernietigende rapport van de commissie de Cloe c.s. was hij eindelijk zo ver. Ironie van het lot is dat de eerste die in aanmerking komt om hem als raadslid op te volgen zijn compaan en voormalige bondgenoot Hans Vereijken is. Naar verwachting zal Vereijken de eer aan zichzelf houden en in ieder geval voorlopig nog volharden in zijn zelfgekozen distantie.

Theodoor Biemans nam in de raadsvergadering uitgebreid de tijd om fel van leer te trekken tegen het onderzoeksrapport dat hij kwalificeerde als suggestief. Hij hekelde de onvolkomenheden in het rapport en de  verdachtmakingen, die volgens hem in het rapport staan. Vijf personen die hij geraadpleegd had, spraken  van een rapport dat voor meerdere uitleg vatbaar was. Biemans gebruikte in zin betoog  veel en zware woorden, maar feitelijk weerlegde hij niets. Er was zelfs absoluut geen sprake van ook maar een geintje zelfreflectie. Met een sneer naar zijn eigen partij,waarin vijf van de zeven raadsleden hadden aangedrongen op zijn vertrek  en “leugenaar ”oud-burgemeester Ubachs nam hij uiteindelijk afscheid. Voor zijn gevoel was hij geslachtofferd door jan en alleman.  

Veel passages in zijn betoog nodigen uit tot een weerwoord. Behalve zijn pose als slachtoffer is dat vooral ook een specifieke opmerking in zijn verhaal,die hij enigszins terloops maakten en die de haren doen rijzen. Biemans heeft zich terughoudend opgesteld, zo zei hij, “ omdat ik mogelijk jullie nog nodig heb ”. Hiermee uitte hij openlijk twijfel aan de integriteit en de onpartijdigheid van de raad. Ongehoord, maar niemand van de raad reageerde. De opmerking van Biemans en het uitblijven van iedere reactie uit de raad, toont aan dat Laarbeek nog een lange weg heeft te gaan.

Wnd. burgemeester Frans Ronnes voelde dit donderdagavond perfect aan. Voor hij de raadsvergadering sloot, hield hij in een slotwoord de raad uitdrukkelijk voor dat de Laarbeekse raad er nog lang niet is. Laarbeek zit in een diep dal en er ligt nog een weg vol hindernissen waar doorheen gegaan moet worden. De noodzaak om vooruit te kijken is groot. Niet alleen zijn er mensen beschadigd, maar ook de gemeente, de organisatie en de raad zelf. Herstel van vertrouwen volgens Ronnes uit de raad zelf komen. Ware woorden van de wnd. burgemeester van Laarbeek!

Puinhoop

Laarbeek heeft er een puinhoop van gemaakt. Burgemeester Ubachs is per 1 maart ontslagen, de gemeentesecretaris vertrekt per 1 april en Theodoor Biemans is donderdag teruggetreden als raadslid. Dit zijn echter alleen  de zichtbare tekenen. Tot op heden heeft de affaire Laarbeek alleen nog maar geresulteerd in personele consequenties. De aanpak van de diepere oorzaken blijft vooralsnog onzichtbaar. De raadsleden hebben  individueel wel in een openbare raadsvergadering aangegeven wat het onderzoeksrapport met hen gedaan heeft, een openbare schulderkenning van de raad is tot op heden achterwege gebleven. Toch zal die moeten komen. Zonder een openlijke,ruiterlijke  erkenning van het eigen falen blijft het herstel van vertrouwen in verbetering een illusie..

De nieuwe gemeente Laarbeek heeft de slechtste elementen uit de voormalige gemeenten Aarle-Rixtel, Beek en Donk geïncorporeerd in haar bestuurscultuur. Het is een grote misvatting om te denken dat met een zuivering van het vorige college de zaak geklaard is. De cultuur is doorgedrongen tot in alle poriën van de Laarbeekse samenleving: het college, de organisatie, de raad, de politieke partijen. Het zit veel dieper dan menigeen denkt. De raad zal in dit veranderproces het voortouw moeten nemen en in en buiten het gemeentehuis consequent moeten werken aan de zo noodzakelijke nieuwe bestuurscultuur. Dit gaat tijd en kruim kosten.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185