zondag 22 maart 2015


Verkiezingsuitslag


De verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Waterschappen hebben we weer gehad. De dubbele verkiezingen waren voor sommigen verwarrend, temeer daar de kleur van de stembiljetten niet de meest logische was. Wie denkt bij de kleur blauw aan de provincie en bij geel aan de waterschappen. Juist andersom moet het zou je verwachten.

De uitslag van met name de Provinciale Statenverkiezingen galmt nog steeds na. De meeste aandacht gaat niet uit naar de provincies maar naar de Eerste Kamer. Dit komt omdat de landelijke partijen deze verkiezingen hebben gekaapt. De samenstelling aan de Eerste Kamer is nu de topic. Partijen zijn bezig met een spelletje om de samenstelling van de Kamer zoveel mogelijk naar hun hand te zetten. Het dealen en wheelen is in volle gang. De coalitie en de constructieve drie komen een paar zetels tekort voor de meerderheid. Dus tijd voor politiek handje klap. Tot afgrijzen van de kiezer.

De nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer is een politieke realiteit, waar we tot 2017 aan vastzitten. Niet alleen het huidige kabinet moet er rekening mee houden, maar ook het kabinet dat gevormd gaat worden na de Tweede Kamerverkiezingen die op de rol staan voor  2016 of zoveel eerder als het kabinet voortijdig valt.

Met deze verkiezingen zijn we in een nieuw tijdperk beland. Nederland kent sinds 18 maart geen grote partijen meer. Vlak voor de verkiezingen leek het erop dat zes partijen kans maakten om de grootste partij te worden. Uiteindelijk werd de VVD de grootste, maar ze haalde  nog eens geen 16% van de stemmen. De grootste partij was de partij van de thuisblijvers. Ruim de helft van de kiezer bleef thuis en maakte de gang naar het stembureau niet. Waarom?

Er zijn politicologen die hier geen moeite mee hebben. Zij wijzen erop dat Amerikaanse presidenten al heel lang door een kleine meerderheid van de helft van het electoraat gekozen worden. Ook in Europa zouden we hieraan moeten wennen. Kiezers blijven volgens hen niet alleen thuis uit desinteresse en onverschilligheid, maar ook omdat zij op zich tevreden zijn  en er geen grote politieke tegenstelling en of politieke meningsverschillen bestaan. Men zou het allemaal wel best vinden!

Dat kan, maar ik denk dat het anders ligt. Een zekere gemakzucht zal hier en daar zeker meespelen, maar veel kiezers blijven ook thuis vanuit onbehagen en een groeiend wantrouwen jegens de politiek. Zij onttrekken zich aan hun burgerplicht, omdat ze teleurgesteld zijn in de politiek en trekken zich terug in hun eigen leefwereld, niet meer bereid om de barricaden op te gaan en zelf bij te dragen aan een wezenlijke verandering. Teveel kiezers laten het afweten.
Ook in Laarbeek week de opkomst niet af van het landelijke beeld .Ook hier een lage opkomst met 46,1%. Opmerkelijk was wel dat in Laarbeek de SP de grootste partij werd met 18,6 van de stemmen. Net als in Helmond , Geldrop-Mierlo en Eindhoven. CDA, VVD en D66 werden resp.2e,3e en 4e partij. Wijst de winst van de SP in Laarbeek op het bestaan van onvrede ?  Het lijkt erop.

Overigens heeft het CDA in Brabant het  minder goed gedaan dan in andere provincies. In Brabant moest het CDA genoegen nemen met een lichte daling van het aantal stemmen en het verlies van een zetel. Er zijn waarnemers die dit toeschrijven aan het effect van De Ruit. Ik denk dat er meerdere factoren voor dit verlies zijn aan te wijzen. Tegenstanders van De Ruit hebben in de campagne fors de trom geroerd, maar ze hebben Brabant-breed niet het beeld bepaald. De pijnlijke afwezigheid van de Brabantse politieke partijen in de media door het geweld van de landelijke politiek was van veel doorslaggevender belang.

Overigens is het opmerkelijk dat nu na 18 maart in de media de invloed van De Ruit op de verkiezingsuitslag geminimaliseerd wordt. “ De kiezer is geen tegenstander van de Ruit ” schreef het ED op 20 maart in een nieuwsanalyse. De verkiezingsuitslag heeft geen helder beeld opgeleverd: voorstanders en tegenstanders in de Staten lijken elkaar in evenwicht te houden.

Tot mijn verwondering zag ik in de MooiLaarbeekkrant  van deze week een positief artikel van Bowen Straatman over De Ruit. Voor de eerste keer spreekt PNL, Laarbeeks grootste partij, zich onomwonden uit voor De Ruit. Ook in Laarbeek is de tegenstand tegen De Ruit niet zo massaal als tegenstanders ons maar al te graag doen geloven.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

woensdag 18 maart 2015


Verkiezingen


Gisteren waren  de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Waterschappen. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de stembureau’s nog  open. Er is dus nog geen zicht op de uitslag. Pas rond 21.00 uur komt de eerste exit poll. De opkomst ligt lager dan in 2011.

Deze verkiezingen zijn door de Haagse politici gekaapt. Het kabinet Rutte 11 heeft deze verkiezingen in het teken geplaatst van de samenstelling van de Eerste Kamer. Inzet was het kabinetsbeleid en de meerderheid van het kabinet van VVD en Pvda en de drie parijnen van  de zgn constructieve oppositie( D66, ChristenUnie en SGP ).Met als gevolg dat in de campagne  provinciale  thema’s volledig werden ondergesneeuwd door het Haagse geweld.

Ton-Jan Meeuws schreef vandaag in het openingsartikel van de NRC over de  “ verkiezingsdag van  paradoxen”.  Geen naoorlogse coalitie heeft ooit de politieke betekenis van de Eerste Kamer zo uitdrukkelijk  op de kaart gezet. Dit is paradoxaal, omdat juist dit kabinet bij zijn aantreden de politieke betekenis van de Eerste Kamer Rutte sterk relativeerde. Zelf had het kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer, maar daar maakten Rutte en Samson geen probleem van. Toen dit in de praktijk toch lastiger  bleek dan zij aanvankelijk dachten,  zag je binnen de coalitie de onvrede over de politieke rol va de Eerste Kamer te groeien. Er kwamen pleidooien om die rol terug te dringen.

Geheel onverwacht  maakte het kabinet de senaat tot inzet van de verkiezingen. Na mei heeft Nederland een Eerste Kamer die terecht kan claimen  over een actueler mandaat te beschikken dan de Tweede Kamer. Uitgerekend het kabinet dat de Eerste Kamer klein wilde houden, zo schrijft Meeuws, heeft diezelfde Eerste Kamer groter dan ooit gemaakt!

Er is nog een tweede paradox: hoe zwakker de coalitie vandaag scoort, hoe groter de kans dat het kabinet doorgaat. Hoe vreemd het kan lopen. Ondertussen  raken de Provinciale Staten steeds meer uit het zicht. En toch gingen die wel ergens over. In Brabant b.v. over de vraag is er een meerderheid of niet voor De Ruit!


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

dinsdag 17 maart 2015



Integriteit


Integriteit is niet alleen een item in gemeenteraden, maar blijkens een artikel in de Volkskrant van maandag 16 maart 2015 ook in de Eerste Kamer. Volgens de krant stemmen senatoren vaak met een dubbele pet op. De 75 leden van de Eerste Kamer hebben in de huidige zittingsperiode 675 keer over een wetsvoorstel gestemd waarbij ze zelf betrokken waren vanwege hun (neven)functies. Volgens critici dreigen bijbanen 'een groot democratisch probleem' te worden, nu de politieke rol van de Senaat groter wordt.
Gemeenteraadsleden en provincialestatenleden mogen als ze betrokken zijn bij het onderwerp van een wetsvoorstel niet meestemmen om belangenverstrengeling of de schijn daarvan te vermijden; de Eerste Kamer vindt zo'n regel onnodig omdat er voldoende onderlinge controle zou zijn.

Die honderden dubbele petten blijken uit onderzoek van de Volkskrant naar de nevenfuncties van de 75 leden van de Eerste Kamer en hun stemgedrag bij de laatste 275 wetsvoorstellen. De betrokkenheid daarbij kan algemeen zijn: een senator heeft een bijbaan bij een pensioenfonds en er ligt een wetsvoorstel over de pensioenen. Het kan ook specifieker. Zo stemde D66 onlangs tegen een verdere verlaging van de semipublieke topinkomens, iets waar ook de Vereniging Hogescholen (de werkgevers in het hbo) tegen was. D66-senator Thom de Graaf is voorzitter van die vereniging, merkte PvdA-voorzitter Hans Spekman onlangs op. De Graaf noemt die suggestie van belangenverstrengeling 'aperte onzin'.

Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is een deeltijdbaan. Senatoren moeten er bijbanen of een hoofdfunctie naast hebben omdat de vergoeding krap 24 duizend euro per jaar is. De maatschappelijke nevenfuncties geven de senatoren ook meerwaarde ten opzichte van Tweede Kamerleden. De vraag is of het gevaar van belangenverstrengeling afdoende is afgewend. 
De Volkskrant zocht de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Tom Barkhuysen op. Volgens hem is het  essentieel om zelfs de schijn van belangenverstrengeling te vermijden, en houvast te geven over wat wel en niet is toegestaan. Voor de deeltijdpolitici in de gemeenteraden en provinciale staten is wettelijk vastgelegd dat ze niet mogen meestemmen bij onderwerpen waarbij ze persoonlijk betrokken zijn.
De Senaat vond vorig jaar zo'n ingreep onnodig en principieel te vergaand, omdat die ingrijpt in het vrije mandaat van politici om te stemmen. Barkhuysen noemt de uitzondering voor de Senaat een 'moeilijk te rechtvaardigen verschil' met andere 'deeltijdparlementen'.
Ik denk dat hij gelijk heeft.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


maandag 16 maart 2015


Knopen doorhakken


Als ik met raadsleden uit Laarbeek spreek, zowel van binnen als buiten de coalitie, valt mij de laatste tijd op dat zij zich zeer onzeker gedragen. Het lijkt erop dat zij de weg een beetje kwijt zijn. De gebeurtenissen van de laatste maanden zijn duidelijk niet de koude kleren gaan zitten. Het valt hen nog steeds lastig er een heldere duiding aan te geven.

PNL zit nog in een verwerkingsproces van de mokerslagen die de partij heeft moeten incasseren.  Onenigheid binnen de gelederen is troef. Theodoor Biemans blijkt eerder een sluitzwam dan een verbinder binnen de partij. PNL zal zich moeten herbezinnen op de te volgen koers.

Frans Biemans van de gelijknamige fractie Biemans vaart een geheel eigen koers die voor anderen bijna ondoorgrondelijk is. Waarschijnlijk weet Frans Biemans het zelf ook niet zo precies. Hij bijt zich teveel  vast in het verleden en vergeet ondertussen naar de toekomst te kijken.

De coalitiepartijen slagen er nog steeds niet in hun stempel op de raad te drukken. Hun optreden is erg terughoudend; zij lijken vooral te wachten op wat er uit het college komt. Hierbij hebben zij ook nog eens de pech hebben dat er weinig uit de koker van het college komt. Collegeleden zijn volmaakt onzichtbaar. Niemand die het voortouw weet te nemen. Het lijkt er sterk op dat het college vooral volgend is, niet aan  weg te timmeren en er maar niet in slaagt het voortouw te nemen.
Het college moet meer initiatief tonen en snel de nodige knopen doorhakken. 

Kernvraag is en blijft: wat willen we met Laarbeek?


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 15 maart 2015



Verkiezingen Provinciale Staten.


De fractievoorzitters van de verschillende partijen hebben deze verkiezingen bij wijze van spreken gekaapt. Landelijke thema’s beheersen de verkiezingscampagne, provinciale thema’s worden hierdoor naar de achtergrond gedrongen. Op zich is dit begrijpelijk, maar het blijft jammer. Ook al omdat er een aantal provinciale onderwerpen zijn die wel degelijk van belang zijn.

In Brabant en in het bijzonder van belang voor deze regio is dat de discussie over De Ruit. Mede door een actieve lobby van tegenstanders heeft de meerderheid van de Tweede Kamer de rijksbijdrage voor De  Ruit geschrapt. Gehoopt wordt dat de toegezegde 271 milj.  naar aanpassingen van de A58 en de A67 zullen gaan.  Helemaal zeker is dit overigens nog niet.

Vorige week heeft de provincie een doorstartdossier gepubliceerd.  Het dossier geeft een overzicht van het proces dat in de voorbije jaren is doorlopen; het is bedoeld voor het nieuw te vormen college van Gedeputeerde Staten. Het zal vooral van de uitslag van de verkiezingen afhangen of het nieuwe college dit project nog wil oppakken.

In het doorstartdossier staat dat ook zonder geld uit Den Haag de Ruit om Eindhoven aangelegd kan worden. De Ruit kan volgens gedeputeerde van Heugten aangelegd worden met 595 milj euro.  Alle mogelijke kritiek op het doorstartdossier is mogelijk. Voor Laarbeek is in elk geval belangrijk dat in de nieuwste plannen voorzien is in een turborotonde om het verkeer bij industrieterrein De Bemmer goed af te wikkelen.

Het lot van De Ruit wordt bepaald in de verkiezingen op 18 maart. CDA,VVD en PVV blijven voor de Ruit; de andere partijen zijn tegen. Het kan nog alle kanten uitgaan. Bij de tegenstanders zal D66 geen breekpunt in de eventuele onderhandelingen van de Ruit maken; bij de voorstanders gaat het CDA dit ook niet doen.

Gedeputeerde Staten staan nog steeds volledig achter het Voorkeursalternatief zoals indertijd gepresenteerd is. Alle onderzoeken wijzen uit dat niets doen geen optie is. De Brainport-regio moet bereikbaar blijven. Het aantal inwoners en de mobiliteit blijven in de komende jaren verder groeien. Het aantal verkeersbewegingen blijft daardoor ook stijgen.

Uit het doorstartdossier blijkt dat er ondanks het vervallen van de Rijksbijdrage van € 271 miljoen voldoende financiële ruimte bestaat om de Ruit Eindhoven in de voorgestelde vorm uit te voeren. In het dossier staat dat hierbij geen concessies worden gedaan aan de natuurlijke inpassing of de vormgeving van de weg. “Dat is mogelijk omdat de aanpak van de A67 eerst onderdeel was van het project en nu volledig voor rekening komt van het ministerie van I&M. Met het budget van € 590 miljoen dat de provincie beschikbaar heeft, is het mogelijk om de Verkeersruit  en de lokale maatregelen in Veghel  aan te leggen,” aldus gedeputeerde van Heugten.

Innovatieve ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit bieden de komende tijd ongetwijfeld mogelijkheden om die groei deels op te vangen. Echter,zo staat er in het dossier, ook slimme met elkaar communicerende auto’s hebben ruimte nodig om te kunnen rijden. “ Het bereikbaarheidsprobleem van de regio Zuidoost-Brabant wordt mede veroorzaakt door een ontbrekende schakel in de infrastructuur. Het oplossen van dit probleem is geen dus kwestie tussen óf asfalt, óf slimme innovaties maar een kwestie van beiden. Alleen dan kan voorkomen worden dat de regio Eindhoven Helmond binnenkort qua bereikbaarheid een tweede Randstad is.”

Zo is het maar net!


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

woensdag 11 maart 2015



Rechterlijke uitspraken over WMO-zorg.


Toeval of niet, gisteren kwam er een uitnodiging van de gemeente Laarbeek voor een miniconferentie over de WMO op donderdag 16 april aanstaande. Raadsleden en commissielede van Sociaal Domein zijn hiervoor uitgenodigd. Eveneens gisteren zag ik een aantal rechterlijke uitspraken over huishoudelijke hulp voorbij komen. Ook zag ik een tweetal rekenkamercommissie onderzoeken over de decentralisaties. O.a. een van de gemeente Terneuzen en van Overbetuwe. Met name in het rapport van Terneuzen staan in de aanbevelingen een paar behartenswaardige opmerkingen, die moeite waard zijn.

In zorgvisie lees ik over een paar recente rechterlijke uitspraken. Ik citeer:

“ De rechter beperkt gemeenten steeds vaker in hun mogelijkheden om minder uren thuishulp te vergoeden. De voorwaarden voor keukentafelgesprekken en algemene voorzieningen worden in de rechtszaal steeds scherper afgebakend. Bijvoorbeeld over hoe intensief een keukentafelgesprek moet zijn of hoe een ‘algemene voorziening voor thuishulp’ er uit moet zien.
Volgens jurist Kevin Wevers betekenen recente uitspraken in onder andere Utrecht, Monferland en Dantumadeel en Sudwest Fryslân dat gemeenten veel minder makkelijk kunnen besluiten de vergoeding van thuishulp te beëindigen of te verminderen. Wevers staat twee burgers bij in hun bezwaarprocedure tegen gemeente Montferland. De bestuursrechter van de rechtbank Gelderland bepaalde in deze zaak afgelopen maandag dat Montferland niet zomaar mag stoppen met de vergoeding van huishoudelijke hulp. De gemeente wilde de drie uur huishoudelijke hulp die de bezwaarmakers kregen, stopzetten op grond van het principe dat drie uur huishoudelijke hulp 'algemeen gebruikelijk' is. 'De gemeente zegt hiermee dat drie uurtjes poetshulp in haar ogen geen zorg is, maar gebruikelijk voor iedereen. Dat is de reden dat ze het niet onder de nieuwe Wmo hoeven te vergoeden. Echter, de rechter heeft hier maandag over geoordeeld dat men daar niet zo maar van uit mag gaan. De individuele omstandigheden van de inwoners moeten in het besluit betrokken worden. Dus een gemeente kan niet voor iedereen bepalen dat drie uur thuishulp algemeen gebruikelijk en geen zorg is.'
Ook de bestuursrechter in Utrecht deed een uitspraak die gemeenten beperken bij het bezuinigingen op thuishulp. Utrecht bepaalde dat iedereen met recht op huishoudhulp standaard anderhalf uur per week krijgt. Sommige ouderen kregen daardoor opeens veel minder hulp; bijvoorbeeld van vijfenhalf of drie uur naar anderhalf uur in de voorbeeldzaak. De rechter in Utrecht stelt nu dat anderhalf uur een redelijke norm is, maar dat de gemeente wel beter onderzoek moet doen of aanvullend maatwerk nodig is als men daarom vraagt.

Keukentafel

Wevers denk dat deze uitspraken nog maar het begin zijn. 'Veel van deze jurisprudentie gaat over de indicatiestelling. Het wordt steeds duidelijker dat je als gemeente echt heel grondig naar de individuele situatie van een burger moet kijken alvorens je overgaat tot korten. Zo voer ik in Lochem een zaak waarbij inwoners eerst een brief op de mat kregen met het indicatiebesluit en pas daarna een ambtenaar over de vloer kregen voor het keukentafelgesprek. Hiervan oordeelt de rechter nu dat het keukentafelgesprek niet achteraf gevoerd mag worden als een soort van uitleg van het reeds eerder genomen besluit. Nee, het besluit moet juist gebaseerd zijn op de bevindingen van het individuele gesprek en onderzoek.'

Algemene voorziening

Wevers verwacht dat naast de correcte vorm van het keukentafelgesprek een ander juridisch aspect zal gaan spelen binnen de Wmo 2015. 'Dat betreft de inhoud van een 'algemene voorziening'. Veel gemeenten besluiten momenteel om huishoudelijke hulp niet als individuele voorziening te vergoeden. In plaats daarvan verwijzen ze mensen naar een 'algemene voorziening voor thuishulp'. Echter, dit blijkt dan in veel gevallen geen echte voorziening te zijn, maar een doorverwijzing naar een particuliere dienstverlener. Dat zal mijns inziens door een rechter niet geaccepteerd worden als een voorziening. Het is daarom mijn stellige overtuiging dat er nog veel Wmo-zaken zullen gaan dienen de komende tijd.'”

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

dinsdag 10 maart 2015



Metropool van het goede leven.


Op vrijdag 6 maart j.l. presenteerde Jan Mengelers, sinds vorig jaar maart voorzitter van het college van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven, zijn essay Het Nieuwste Cahier #02. Zij opvattingen over het nieuwste Brabant heeft hij geschreven op speciaal verzoek van de Commissaris van de Koning . In dit essay zoomt Mengelers in op de verschillende thema’s die de Commissaris in zijn Het Nieuwste Brabant in maart vorig liet verschijnen.

Het is een heel mooi stuk geworden, dat uitnodigt tot nadenken. Mengelers weet maar al te goed dat het weefsel van onze samenleving weliswaar traag , maar wel onmiskenbaar verandert. Elke bladzijde van zijn stuk getuit daarvan. Soms grijpt hij terug, maar vooral kijkt hij vooruit. O.a. schrijft hij:

“Het hier geschetste perspectief luidt daarmee niet alleen inhoudelijk, maar ook organisatorisch een volgende fase in de ontwikkeling van Brainport in. Waar in de eerste naoorlogse decennia de (duale) samenwerking tussen overheid en industrie bepalend was én vanaf de jaren negentig de (tripartite) samenwerking tussen overheid, industrie en kennisinstellingen vorm kreeg, is realisatie van het hier geschetste perspectief alleen mogelijk in de (quadruple) samenwerking met burgers en eindgebruikers. In dat samenspel heeft iedere partner een bijzondere verantwoordelijkheid. Realisatie van het hier geschetste perspectief veronderstelt, vanzelfsprekend, een lokale en regionale overheid die dit proces accommodeert en aanjaagt. Het staat ook voor een bedrijfsleven dat zich meer dan voorheen richt op maatschappelijke opgaven die verbonden zijn met het streven naar het goede leven. Misschien nog meer dan voor overheid en bedrijfsleven, ligt er een verantwoordelijke taak bij de kennisinstellingen in onze regio. De vormgeving van de samenwerken ontmoetingsplaatsen die nodig zijn om kennis te máken met het goede leven, vraagt om het (verder) ontwikkelen van bestaande onderzoeks- en onderwijsinstellingen to regionale kenniscentrale die structureel verbonden zijn met hun omgeving ”

Er is dus werk aan de winkel in Brabant!

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185