dinsdag 3 november 2015


Bereikbaarheid Zuid-Nederland


In juli van dit jaar droeg de Tweede Kamer de regio Zuid-Nederland met de motie Hoogland op om te komen tot een gedragen pakket aan maatregelen voor de verbetering van de bereikbaarheid van Zuid-Nederland. Deze motie was een directe reactie op het niet doorgaan van het project De Ruit om Eindhoven en het mogelijk vervallen van de toegezegde Rijksbijdrage van € 271 miljoen voor de regio.

In de afgelopen weken is onder regie van de provincies Noord-Brabant en Limburg tijdens een intensief proces met een groot aantal overheden, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties gezocht naar de beste strategie om Zuid-Nederland bereikbaar en leefbaar te houden. Afgelopen week hebben de betrokken bestuurders overeenstemming bereikt over een maatregelenpakket. Dit maatregelenpakket is uitgewerkt in een bidbook: 'Bereikbaarheid Zuid-Nederland, samen, slim, robuust'. Dit is het bod dat de regio tijdens het jaarlijkse BO-Mirt-overleg aan minister Schultz van Haegen voor zal leggen.

Het bidboek is afgelopen maandag door gedeputeerde van der Maat gepresenteerd. Het boek ziet er gelikt uit en zal donderdag a.s. aangeboden worden aan de minister. Op de cover van het bidboek  staan portretten van  141 mensen die meegewerkt hebben aan dit boek,wethouders, wetenschapmensen etc. Met name de wethouders hebben zich gecommitteerd aan het rapport en zich verplicht de voorstellen in hun gemeenten te verdedigen. De provincie wil dat de regio eenheid uitstraalt. Dat was ook de voorwaarde die de minster had gesteld.


Het bidboek kiest  om in deze regio te starten met de realisatie van de slimste snelweg van Europa tussen Rotterdam en Wenen en te investeren in de bereikbaarheid van de regio. De provincie wil dit doen dit op een slimme en vernieuwende manier: innovatief, adaptief en met concrete voorstellen. In dit opzicht past het verhaal goed in de uitgangspunten van de slimste regio.

Niet alle onderdelen van het bidboek zijn even duidelijk uitgewerkt. Dit moet allemaal nog gebeuren. Medio 2016 moet een Regionaal Bereikbaarheidsakkoord klaar zijn. Dat wordt nog een hele opgave. Het minst uitgewerkt zijn de plannen voor de N279. Voor de regio is dit niet geruststellend. De kans dat de oude discussies ten tijde van De Ruit weer een rol gaan spelen, is niet denkbeeldig. Het bidboek heeft hier kansen laten liggen.

Opmerkelijk is ook dat de provincie kiest voor een geheel andere insteek dan bij De Ruit. Toen gi  ghet vooral   het verkeer in de regio. Nu is de focus anders: hoe kunnen we zo efficiënt mogelijk het verkeer afwikkelen naar de snelwegen.

De provincie heeft hiermee de discussie over de wegenstructuur opgeschaald van Zuidoost-Brabant naar  geheel Zuid-Nederland. Dit is een constatering die grote implicaties heeft. Was het zo dat in de discussie over De Ruit in Zuidoost Brabant Laarbeek steeds prominent aan de tafel zat en in ieder geval de gelegenheid had haar inbreng op elk moment naar voren te brengen, nu is dit compleet anders. Laarbeek heeft deze plaats verspeeld en is gereduceerd tot een  quantité negligable. Het blikveld is er verruimd en vergroot. Anderen nemen de plaats van Laarbeek in . Gemert-Bakel en de grote vijf van Brabant. De Laarbeekse wegenproblematiek wordt niet opgelost. Is er straks nog wel geld voor de aanpassing van de N616? Ik vrees met grote vreze.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

maandag 2 november 2015



Op de bres voor Laarbeek

 

Van een wethouder wordt verwacht dat hij te allen tijde opkomt voor de belangen van zijn gemeente. Dat hij deze te vuur en te zwaar verdedigd. En met open vizier. Zonder bijbedoelingen dus. U begrijpt natuurlijk al, waarom ik zo verbaasd was toen ik vorige week in het ED het verhaal las over de aanpassingen aan de Lieshoutseweg. Overduidelijk is dat er iets aan deze weg moet gebeuren, alleen al uit het oogpunt van verkeersveiligheid. Niemand die daar aan twijfelt.

De plannen voor verbeteringen aan deze weg zijn al lang klaar. Dit plan zou, zo was aanvankelijk de bedoeling volgend jaar in uitvoering komen. Het afblazen van De Ruit dreigt nu weer tot uitstel te leiden. De Laarbeekse verkeerswethouder, Frans van Zeeland, zegt in het ED dat de uitvoering voor een groot deel afhangt van de lopende discussie over het geld dat eerder voor De Ruit was gereserveerd. “ De provincie wil nu niet een specifieke weg aanpakken zonder te weten of die aanpak straks in het grotere geheel past.” Bij deze opmerking kan ik mij nog wel iets voorstellen.

Zo niet bij wat hij vervolgens zegt. Van Zeeland merkt op dat hij voor het standpunt van de provincie “ van de ene kant wel begrijp voor ” heeft. Een onbegrijpelijke uitspraak. De wethouder loopt over van  begrip en heeft daardoor in feite al gecapituleerd. De provincie hoeft van hem niets m eer te vrezen. Laarbeek blijft andermaal met lege handen achter. De Ruitgelden gaan zo zeker aan de neus van Laarbeek voorbij. Met dankzegging aan een veel te toegeeflijke wethouder.

P.S. Morgen ga ik in op het bidboek Bereikbaarheid Zuid-Nederland. Eerst eens het stuk eens goed lezen.

 Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


zondag 1 november 2015


Duurzaamheid


Bij de Kadernota medio van dit jaar lanceerde het Laarbeekse college van B en W een opvallend plan om de duurzaamheid in Laarbeek een flinke push te geven. Het college trok hiervoor een miljoen euro uit. Dit bedrag was bedoeld als aanjaaggeld voor nieuwe ideeën en initiatieven om de samenleving toekomstbestendig en duurzamer te maken De burgerij zou uitgenodigd worden om plannen en voorstellen te ontwikkelen. Naast dit aanjaaggeld stelde het college € 50.000, - structureel beschikbaar om deze plannen te verwezenlijken.

Toekomstbestendigheid en duurzaamheid waren twee begrippen die als een rode lijn door de kadernota liepen. Het nieuwe college heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Terecht. In de MooiLaarbeek  Krant zei Tonny Meulensteen bij de presentatie Van de Kadernota 2016: “ Wij geloven in duurzaamheid en betrokkenheid van de burgers. De komende jaren zal je ons veel horen over ‘toekomstbestendigheid’. Daar streven wij voor.” Doelbewust koos het college voor deze aanpak en niet voor het drukken van de lasten. Dit zou op lange termijn niets opleveren. Dit idee omtrent duurzame, innovatieve projecten daarentegen wel. Vastomlijnde plannen had het college nog niet, toen het deze ideeën lanceerde.

Dit laatste dreigt nu het college de das om te doen. Sinds de lancering van het plan en nu hebben we nauwelijks nog iets van de invulling mogen vernemen. Het blijft oorverdovend stil. Achter de schermen zal ongetwijfeld had gewerkt worden aan de vormgeving van dit initiatief. Er zijn gesprekken geweest met bedrijven en verenigingen, maar van dit alles komt nauwelijks iets naar buiten. Wethouder Briels die dit project trekt, is op dit terrein nog volledig onzichtbaar. Wel spelen verenigingen en particulieren al op het aanbod in. De gemeente blijft het antwoord nog schuldig omdat de criteria voor toekenning nog niet zijn vastgesteld. Zo wacht iedereen op iedereen.

Het duurt allemaal te lang. Hierdoor lijkt ook het enthousiasme voor dit project af te nemen en ja zelfs helemaal niet van de grond te komen. Toen het plan gelanceerd werd, was er geen vastomlijnd plan. Het lijkt erop dat de gemeente intern eerst de zaken op een rijtje wil hebben alvorens het naar de burgerij wilde gaan. Dit lijkt mij een verkeerde keuze en een uiting van oude politiek: eerst de plannen tot in de puntjes klaar hebben en dan pas naar de burgers gaan. Waarom niet omgekeerd gewerkt? Eerst naar de burgers gaan met het idee en daarna samen met hen de plannen opzetten en uitwerken. Echte burgerparticipatie dus!

Het is nog niet te laat om het tij te keren. Maar de gemeente moet dan wel snel de steven keren en niet langer in de afgezonderdheid van het gemeentehuis de plannen ontwikkelen. Durf in te zetten op de vernieuwende kracht van de mondige burgers en verwerf zo draagvlak voor dit project, dat niet mag mislukken. In verbinding met de burgers is winst te behalen, aan de voorkant dus. Niet met voorgekookte plannen. De tijd dat gemeente plannen bedacht en dat de burgerij dan wel zou volgen is voorbij. Burgers, verenigingen en marktpartijen heb je hierbij heel hard nodig.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

woensdag 28 oktober 2015



Jeugdzorg door gemeenten




Kinderombudsman Marc Dullaert heeft woensdag een zeer kritisch rapport laten verschijnen  over de jeugdzorg door de gemeenten. Dullaert constateert dat gemeenten teveel op de stoel van de hulpverleners gaan zitten. Financiële belangen prevaleren te vaak boven het belang van het kind. Dat is een schrijnende conclusie.

De kinderombudsman  onderzoekt in zijn rapport of kinderen nog steeds de zorg krijgen die zij nodig hebben nu de gemeenten verantwoordelijk zijn gemaakt voor de jeugdzorg. Hij komt tot de slotsom  dat gemeenten er alles aan doen om tegen een zo gunstig mogelijke prijs in te kopen bij jeugdhulporganisaties. 

Dullaerts conclusies zijn hard. Het prijskaartje van jeugdhulp wordt vaak belangrijker geacht dan de zorg die nodig is. Het is een conclusie die  niet verbaasd. De bezuinigingen die de landelijke overheid heeft opgelegd aan de gemeenten, worden een op een doorberekend aan de cliënten. Dat is het beeld dat ons overbekend voorkomt.

Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185


dinsdag 27 oktober 2015



Peel 6.1.



Wie het allemaal nog kan volgen, moge het zeggen. De doorsnee burger kan geen touw meer vastknopen aan wat er allemaal aan de hand is met de samenwerking van gemeenten in Peel 6.1 En dat geldt niet alleen voor de doorsnee burger. Niemand snapt het nog.

De samenwerking van de 6 Peelgemeenten in Peel 6.1 is heel voortvarend van start gegaan. Alle Peelgemeenten hebben met vol verstand voor deze samenwerking gekozen. Het idee dat de decentralisaties de kracht van de individuele gemeenten te boven gingen en dat daarom samenwerking geboden was, werd breed omarmd en was niet omstreden. “Gezamenlijk de schouders er onder” was het parool. Sterker nog de overeengekomen  samenwerking in Peel 6.1. werd opgevat als het beginpunt van een nog veel  verder gaande en bredere omvattende samenwerking. Hier en daar viel al de term ambtelijke fusie. De Helmondse burgemeester, Elly Blanksma, werd bij de presentatie van Peel 6.1 trots gepresenteerd als boegbeeld en ambassadeur van de samenwerking.

Het kan verkeren. De beoogde samenwerking heeft niet opgeleerd wat er van verwacht werd. De opstelling van de definitieve statuten leverde steeds weer problemen op. Uitstel op uitstel volgde. Ondertussen werd de dienstverlening wel voortvarend opgepakt. Na wat startproblemen liep alles redelijk goed. Er waren weinig klachten van cliënten. Enkele maanden geleden maakte de gemeente een pas op plaat. De exacte redenen zijn nog steeds niet duidelijk.

Ondertussen werken de overgebleven gemeenten aan een hernieuwde vormgeving. Blijkbaar wil Helmond nu naast de samenwerking in Peel6.1 nu wel weer o p andere terreinen met andere gemeenten samenwerken. Zelfs het interview in het ED met de Astense wethouder  Jacques Huijsmans  die optreedt als voorzitter va n de adviescommissie voor de taken die Peel 61 uitvoert, blijft heel summier en dus onduidelijk. Peel 6.1 wil nu weer op bepaalde onderdelen gebiedsgericht gaan werken en niet meer centraal uit Helmond. Komen de consulenten nu weer terug naar de gemeenten?

Bij de start van Peel 6.1, nu al weer vier jaar geleden, met alle daarbij behorende euforie zijn de gemeenten uitgegaan van de gedachte dat samenwerken bij de decentralisaties winst zou opleveren. Het was een aanname zonder dat dit serieus onderzocht was. Laarbeek b.v. boekte al meteen een verwachte besparing van € 400.000. Veel te optimistisch naar nu blijkt.

Het wordt hoog tijd dat er duidelijkheid komt. Alleen maar constateren dat sommige zaken nu ook erg verwarrend is, zoals Huijsmans in het ED doet, is te gek voor woorden.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

maandag 26 oktober 2015


Geen opgelegde fusies meer


De politiek is veranderlijk. Het is net als bij de wind die ook op de meest onverwachte momenten kan draaien. Heel veel burgers moeten niets hebben van dit inconsequente gedoe, van politici die draaien als een blad aan de boom als hen dat beter uitkomt. Alleen de politicus die straight aan zijn opvattingen vasthoudt en voor zijn mening uitkomt, geldt als betrouwbaar.

Deze gedachte kwam bij mij op toen ik vorige week in het ED de uitspraken las die de commissaris van de koning vorige week maakte bij zijn werkbezoek aan Sint-Oederode. Het was in dit geval niet zozeer de commissaris die draaide, maar veel eer de politiek in Den Bosch. Commissaris van de Donk gaf alleen weer welke verandering in denken in Den Bosch heeft plaatsgevonden met het aantreden van het nieuwe college van Gedeputeerde Staten.

Uit de woorden van de commissaris maakte het ED op dat de Brabantse gemeenten zich geen zorgen meer behoeven te maken over een van bovenaf opgelegde fusie. “ De provincie zal niet aansturen op herindeling als er in de lokale gemeenteraden geen draagvlak voor is “ zo vatte het ED de uitspraken van de commissaris samen.

Dit duidt op een opmerkelijke koerswijziging en een radicale breuk met de lijn die het vorige college van GS had ingezet. Gedeputeerde Bert Pauli preste de Brabantse gemeenten om een toekomstvisie op te stellen, waarin ook de herindeling een serieus onderwerp diende te zijn. De visies zouden in de eerste helft van 2015 gereed moeten zijn. Een aantal gemeenten heeft aan deze opdracht voldaan; een groot gedeelte niet. Aanleiding voor Bert Pauli (VVD ) om dit aan de gemeenten te vragen was het rapport van de commissie- Huijbrechts over krachtdadig bestuur.

In de gemeentelijke visies die gemeenten opstelden wordt meestal een andere weg ingeslagen: er werd niet gekozen voor een gemeentelijke fusie, maar hooguit voor meer samenwerking van gemeenten en ambtelijke fusies, waarvan Hans Engels onlangs nog gezegd heeft dat deze de gemeentelijke autonomie uithollen. Klaarblijkelijk gaat het nieuwe college van GS niet verder op deze weg. De opvolger van Pauli, Anne-Marie Spierings ( D66 ) gooit het over een andere boeg. Voor haar gaan de gemeenten over hun eigen toekomst. Fusies komen er alleen als er voldoende draagvlak onder de bevolking voor is. Spierings vraag wel de gemeenten om over hun toekomst na te denken, maar helemaal vrijblijvend is dat ook weer niet.

Al met al kan geconcludeerd worden dat de grootste druk nu van de ketel is. Dit betekend echter niet dat er helemaal geen fusies meer komen. Dit is zeer zeker niet het geval. Het proces gaat ongetwijfeld verder; de aanpak en insteek is alleen anders.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185

zondag 25 oktober 2015



Profiel



Op 18 november a.s. zal de raad van Laarbeek de profielschets voor de nieuwe burgemeester aanbieden aan de commissaris van de koning. Een belangrijk moment voor Laarbeek. Er komt nu een einde aan een beroerde periode. Nog nooit heeft Laarbeek zo  intens verlangt naar een nieuwe burgemeester die fris en frank een nieuwe periode inleidt en de toekomst mede gestalte gaat geven. Een periode van bezinning is afgesloten, lessen uit het verleden zijn getrokken en Laarbeek is  klaar voor de toekomst. Gelukkig. We kunnen dit boek definitief sluiten met dank aan de commissaris en de waarnemend burgemeester voor hun inzet.

De raad heeft de bevolking gevraagd zich uit te spreken over het profiel van de toekomstige burgemeester. Ideeën en opmerkingen zijn van harte welkom. De raad wil de reacties voor 1 november ontvangen. In de MooiLaarbeek Krant van deze week staat de oproep van de raad aan de burgers van Laarbeek. In deze oproep worden een drietal vragen geformuleerd. Gevraagd wordt welke kwaliteiten die nieuwe burgemeester moet bezien en wat voor persoon hij zou moeten zijn. Bovendien kunnen de burgers  punten aandragen die van belang zijn in de zoektocht naar een nieuwe burgemeester. Op zich allemaal redelijk voor de hand liggende vragen.

Toch wringt er iets. Laarbeek heeft de afgelopen jaren uitdrukkelijk naar de bestaande bestuurscultuur gekeken. In dit proces zijn zonder meer een aantal belangrijke stappen gezet. Echter, de raad heeft zich hierbij vrij eenzijdig gefocust op het eigen functioneren en meer naar het verleden gekeken dan naar de toekomst. Dit wreekt zich nu. Er is de laatste jaren nauwelijks aandacht geweest voor het ontwikkelen van een toekomstgerichte visie op de gemeente. Hoe scherper een raad haar visie op de gemeente onder woorden weet te brengen, hoe duidelijker het is wat voor soort burgemeester het beste bij de gemeente past.

Laarbeek is jonge gemeente. In 1997 ontstaan vanuit een vrijwillige fusie van drie dorpen. De gemeente Laarbeek heeft haar zaakjes redelijk goed op de rails staan. De gemeente is in afwachting van haar vierde reguliere burgemeester. Van Beers, Gilissen en Ubachs hebben niet de tijd gehad om hun stempel op Laarbeek te drukken. Daarvoor zijn hun ambtstermijnen te kort geweest. Hiertegenover staat dat een lokale partij jarenlang Laarbeek in haar greep heeft gehouden. De ontwikkeling van de vermaledijde bestuurscultuur die de laatste tijd zwaar onder druk is komen te liggen, kan voor een groot gedeelte hierop worden teruggevoerd. Van de nieuwe burgemeester wordt verwacht wordt dat hij de nieuwe bestuurscultuur inhoud en gestalte zal geven. Dit zal zijn primaire opdracht worden.

Qua omvang is de gemeente Laarbeek met haar 21500 inwoners te klein van omvang om alle gemeentelijke taken naar behoren uit te voeren. De gemeente moet samenwerken met andere gemeenten. Laarbeek doet dat  uit volle overtuiging. De nieuwe burgemeester moet met overtuiging de zelfstandigheid van Laarbeek onderschrijven en tegelijkertijd met hart en ziel achter de regionale samenwerking staan. In woord en daad moet hij beide principes uitdragen. De nieuwe burgemeester is het gezicht van Laarbeek naar buiten en de vertegenwoordiger van Laarbeek in allerlei regionale gremia, waar Laarbeek aan deelneemt. In deze gremia is hij de overtuigende vertegenwoordiger van de gemeente, die geloofwaardig het lokale en regionale belang met elkaar verbindt.

Ook moet hij niet schromen als de situatie daarom vraagt het voortouw te nemen en een helder en overwogen standpunt in te nemen. In de eerste jaren van zijn burgermeesterschap moet hij moreel gezag opbouwen, waarop hij later kan bouwen. Laarbeek heeft een zelfbewuste burgemeester nodig die verantwoordelijkheid durft te nemen.

Competenties die in allerlei profielschetsen steevast naar voren komen. Zij zijn bijna zo vanzelfsprekend dat zij nauwelijks nog onderscheidend te noemen. De raad moet zich daarom dan ook niet zich hierin verliezen. In werkelijkheid gaat het om de vraag of de nieuwe burgemeester het in zich heeft om in en buiten de gemeente vanzelfsprekend als boegbeeld van Laarbeek te worden ervaren.

En tenslotte, na drie burgemeesters van het mannelijke geslacht, zou het niet zo gek zijn om deze keer ook eens aan een vrouwelijke burgemeester voor Laarbeek te denken.


Voor reactie wphvanosch@onsbrabantnet.nl of bel 0653627185